Shabbat · 30. Teĥum Shabbat
14. Het vaststellen van een voorwaardelijke Eruv voor alle plaatselijke inwoners
Men mag een eruv voorwaardelijk plaatsen. Als iemand bijvoorbeeld weet dat er op Shabbat twee Tora-geleerden zullen spreken in twee nabijgelegen plaatsen, maar hij nog niet heeft besloten of hij de lezing in het oosten, die in het westen, of geen van beide zal bijwonen, plaatst hij één eruv in het oosten en één in het westen en bedingt hij in gedachten dat hij op Shabbat zal beslissen welke teĥum (Shabbatgrens) hij zal gebruiken: die op basis van zijn huis, die op basis van de eruv in het westen, of die op basis van de eruv in het oosten. Zodra hij echter zijn beslissing heeft genomen, is hij gebonden aan zijn gekozen teĥum. Als hij geen bewuste beslissing nam maar slechts begon te lopen overeenkomstig één specifieke teĥum, heeft hij daarmee zijn teĥum vastgesteld en mag hij niet langer van gedachten veranderen en overeenkomstig een andere teĥum lopen (Eruvin 82a; SA 413:1; MB ad loc. 8).[16]
Men mag zich aanbieden om een eruv te plaatsen namens alle inwoners van een plaats. Hij verklaart dan: “Met deze eruv zal het voor alle plaatselijke inwoners en hun gasten toegestaan zijn om vanaf deze plaats 2.000 amot in elke richting te lopen.” Eenieder die vóór Shabbat op de hoogte is van het bestaan van deze eruv, mag, zelfs als hij niet besloot dat de plaats van de eruv zijn mekom shevita is, op Shabbat besluiten dat hij in die richting wil lopen en zich op de gemeenschappelijke eruv verlaten. Wie echter vóór Shabbat niet op de hoogte was van het bestaan van de eruv, mag zich er niet op verlaten (SA 413:1).
Als er zoveel plaatselijke inwoners zijn dat de persoon die de eruv plaatst niet voor elk van hen voedsel ter waarde van twee maaltijden kan achterlaten, mag hij, zolang hij weet dat er niet meer dan twintig mensen zullen zijn die zich op de eruv willen verlaten, voedsel ter waarde van twee maaltijden voor twintig personen neerleggen en verklaren: “Met deze eruv zal het voor eenieder die dat wenst toegestaan zijn om vanaf deze plaats 2.000 amot in elke richting te lopen, voor alle Shabbatot van het jaar.” Dit staat allen die zich op zijn eruv willen verlaten toe dit te doen, op voorwaarde dat zij vóór de Shabbat waarop zij zich erop verlaten op de hoogte zijn van het bestaan ervan (SA 413:1; BHL s.v. “le-khol eĥad”). Het lijkt erop dat wanneer het duidelijk is dat iemand van de eruv gebruik zal maken, de beracha dient te worden uitgesproken, maar dat wanneer het onzeker is of iemand er gebruik van zal maken, er geen beracha dient te worden uitgesproken.
Als men een eruv onvoorwaardelijk plaatst, wordt zijn teĥum bepaald door de plaats van de eruv. Hij mag niet van gedachten veranderen en de teĥum volgen die vanaf zijn huis wordt gemeten.
[16]. De Tanna’im zijn het over deze halacha oneens. Volgens de Wijzen en R. Yehuda in de Misjna (Eruvin 36b) is een beding geldig bij het plaatsen van een eruv, op grond van het beginsel van retroactieve verheldering (“yesh breira”). In dit geval betekent dit dat wanneer men beslist welke eruv men wil gebruiken, dit met terugwerkende kracht verheldert welke van de twee mogelijke eruvin die hij vóór Shabbat apart legde de echte eruv was. De beraita vermeldt dat sommigen menen dat retroactieve verheldering niet geldig is (Eruvin 36b en 37b). De Talmoed in Beitza 38a haalt de opvatting van R. Oshaya aan dat retroactieve verheldering voor Tora-wetten niet geldig is, maar voor rabbijnse wetten wel. Dit is de opvatting van de meeste poskim, waaronder Rambam, Rabbeinu Tam, Rosh, Ramban, Ran, en SA YD 331:11. SA 413:1 en MB ad loc. 7 concluderen evenzo. Daarom mag men meerdere eruvin apart leggen en dan op Shabbat beslissen welke eruv men zal gebruiken om zijn teĥum vast te stellen. (Sommigen zijn het hier niet mee eens: Ri meent dat retroactieve verheldering zelfs voor Tora-wetten geldig is, terwijl Maharam van Rothenburg, zoals geciteerd in Mordechai, meent dat zij zelfs voor rabbijnse wetten niet geldig is.) SA 413:1 gebruikt de uitdrukking “Het hangt allemaal af van zijn beding.” Dit impliceert dat als men een eruv voorwaardelijk plaatst, bijvoorbeeld door te zeggen: “Als de Tora-geleerde naar het oosten komt, zal mijn eruv in het oosten zijn,” en de Tora-geleerde vervolgens naar het oosten komt, de teĥum van de persoon vaststaat en niet kan worden veranderd.