Shabbat · 14. Persoonlijke verzorging
07. Tandenpoetsen en tandpasta
Men mag op Shabbat zijn tanden poetsen om ze schoon te maken en om een slechte adem te behandelen. Evenzo mag mondwater worden gebruikt om de adem te verfrissen. Het is echter juist om af te zien van het gebruik van tandpasta, op dezelfde manier waarop wij afzien van het gebruik van stukzeep of dikke vloeibare zeep.
Hoewel het waar is dat sommigen het poetsen van de tanden op Shabbat verbieden — hetzij vanwege de zorg om Seĥita, omdat het tandvlees zou kunnen gaan bloeden, hetzij omdat de borstelharen van de tandenborstel zouden kunnen breken — is niettemin de voornaamste halachische positie dat men zijn tanden le-khatĥila met een tandenborstel mag poetsen. Alleen in een geval waarin het vrijwel zeker is dat het tandvlees zal gaan bloeden, is dit verboden.[6]
Men mag de tandenborstel na het poetsen met water afspoelen, zoals men gewoonlijk doet, zelfs als men niet de bedoeling heeft om de tandenborstel op Shabbat nogmaals te gebruiken. Dit wordt niet beschouwd als het voorbereiden op de weekdag op Shabbat, omdat het simpelweg een kwestie van routine is en niet als een betekenisvol karwei wordt beschouwd. Bovendien dient het verwijderen van de resten van de borstel ook een doel op Shabbat, aangezien het vuil laten ervan walgelijk zou zijn (zie MB 667:6; hieronder 22:16).
Men mag zijn tanden reinigen met een tandenstoker (SA 322:4). Als er geen tandenstoker beschikbaar is, mag een lucifer worden gebruikt. Hoewel het waar is dat lucifers muktzeh zijn, zijn ze kelim she-melakhtam le-isur, en mag men ze hanteren teneinde ze voor een toegestane activiteit te gebruiken (hieronder, 23:7). Uiteraard moet men onthouden dat men de lucifer hiervoor niet mag aanscherpen, aangezien het aanscherpen ervan een Tora-verbod zou overtreden.
Men mag kunstgebitkleefpoeder gebruiken om een kunstgebit aan het tandvlees te bevestigen, aangezien dit voor de korte termijn bedoeld is (Har Tzvi; Tzitz Eliezer 15:25; Yalkut Yosef 314:17; in tegenstelling tot SSK 14:40, die streng is).
[6]. Tot hen die het verbieden behoren Minĥat Yitzĥak 3:48 en Orĥot Shabbat 17:29. SSK stelt in 14:39 dat de gewoonte is om streng te zijn. De redenering van hen die het poetsen verbieden is dat het bloeden veroorzaakt en de borstelharen van de tandenborstel kan breken. Beide beweringen zijn onjuist. Aangezien het zeldzaam is dat een van beide dingen gebeurt, zouden het gevallen zijn van davar she-eino mitkaven en is poetsen dus toegestaan. Sommigen werpen ook het probleem van Seĥita op, aangezien er tijdens het poetsen water uit de borstelharen geperst kan worden. Daarop antwoorden zij die het toestaan met de uitleg dat zulk persen een psik reisha de-lo niĥa lei is in een geval van een dubbel rabbijns verbod. Ten eerste is het uitwringen van haar en dergelijke slechts rabbijns verboden; ten tweede gebeurt het op een omslachtige manier. R. Shlomo Zalman Auerbach meent dat het in iemands voordeel is (niĥa lei) dat het water eruit geperst wordt, omdat dit het schoonmaken verbetert. Over het algemeen zijn de borstelharen van een tandenborstel echter noch erg lang noch erg dicht opeengepakt, zodat er gewoonlijk helemaal geen Seĥita plaatsvindt. Als men zijn mond met mondwater spoelt voordat hij poetst, dan zou R. Shlomo Zalman Auerbach het ermee eens zijn dat het een psik reisha de-lo niĥa lei is. Tot hen die het tandenpoetsen in de praktijk toestaan behoren Seridei Esh 2:28; Igrot Moshe, OĤ 1:112; Or Le-Tziyon 2:35:6; en R. Shlomo Zalman Auerbach (Shulĥan Shlomo 320:28:2). Ketzot Ha-shulĥan en Yabi’a Omer 4:27-30 staan ook het gebruik van tandpasta toe.