Shabbat · 01. Inleiding

08. Zakhor en Shamor

Twee mitswot vormen de basiselementen van Shabbat: Zakhor (“gedenk”) en Shamor (“onderhoud”). “Shamor” is een verbodsgebod om je te onthouden van alle arbeid. Zes dagen lang moet men in zijn behoeften voorzien en de wereld productief bewerken, maar op Shabbat zijn we geboden alle arbeid te staken. Door dat te doen maken we ruimte vrij in onze ziel, die we geboden zijn te vullen met de positieve mitswa van Zakhor, waarvan de inhoud bestaat uit het gedenken van de heiligheid van Shabbat en het gebruiken ervan om verbinding te maken met de fundamenten van het geloof.

Deze twee mitswot zijn zo nauw met elkaar verbonden dat ze in hun wortel één zijn. Pas bij het betreden van het menselijke domein splitsen ze zich in twee complementaire mitswot. Dit is de betekenis van de uitspraak van de Wijzen: “Zakhor en Shamor werden gelijktijdig uitgesproken, iets wat de menselijke mond niet kan verwoorden en het menselijke oor niet kan horen” (Shev. 20b). We zien dit in de Tora zelf: de Decaloog zoals weergegeven in Shemot (20:8) introduceert Shabbat met het woord “zakhor”, terwijl het, wanneer de Tien Geboden worden herhaald in Devarim (5:12), wordt vervangen door “shamor”.

Zakhor is een positief gebod, geworteld in liefde en het goddelijke attribuut van ĥesed (goedertierenheid). Shamor daarentegen is een verbodsgebod, geworteld in het goddelijke attribuut van din (oordeel), dat grenzen stelt zodat de mens zich van het kwade kan afwenden. Positieve mitswot staan op een hoger niveau, omdat ze mensen in staat stellen dichter tot God te komen. De straf voor het overtreden van een verbodsgebod is echter zwaarder, omdat het ernstiger schade veroorzaakt, zowel aan de zondaar als aan de wereld in het algemeen (Ramban, Shemot 20:7).

Zakhor is nauw verbonden met de schepping van de wereld en de eerste Shabbat, zoals de Tora stelt:

Gedenk (“zakhor”) de dag van Shabbat om die te heiligen…. Want in zes dagen maakte de Eeuwige hemel en aarde en zee, en alles wat daarin is, en Hij rustte op de zevende dag. Daarom zegende de Eeuwige de dag van Shabbat en heiligde die. (Shemot 20:8-11)

De mitswa van Shamor is nauwer verbonden met de Uittocht uit Egypte:

Onderhoud (“shamor”) de dag van Shabbat om die te heiligen…want je was een slaaf in het land Egypte, en de Eeuwige, je God, bevrijdde je daaruit met een sterke hand en een uitgestrekte arm; daarom heeft de Eeuwige, je God, je geboden de dag van Shabbat te houden.” (Devarim 5:12-15)

Als een verheven spiritueel principe werd Shabbat bij de schepping zelf in de wereld ingebed. Maar pas nadat Israël de ijzeren smeltoven van de Egyptische slavernij had overleefd, konden zij begrijpen hoe verschrikkelijk het is om aan het materiële onderworpen te zijn en hoe noodzakelijk het is om te stoppen met werken teneinde het spirituele concept van Shabbat te kunnen opnemen.

De twee geboden – Zakhor en Shamor – worden gehint in het woord “Shabbat”. De eenvoudige betekenis ervan houdt verband met de shevita, het staken van arbeid, dat samenhangt met Shamor. De diepere betekenis ervan houdt echter verband met teshuva, “inkeer” of “terugkeer”, want op Shabbat keren we terug naar de fundamenten van het geloof die samenhangen met Zakhor.