Shabbat · 13. Melachot met betrekking tot kleding
01. Inleiding
Kleding is van groot belang, omdat zij het lichaam bedekt en het beschermt tegen hitte en kou. Adam en Eva hadden oorspronkelijk geen behoefte aan kleding, maar nadat zij gezondigd hadden, ontwikkelden zij een besef van hun naaktheid en zo werd kleding noodzakelijk. Zolang Adam en Eva zuiver waren, oefende de fysieke wereld niet te sterk een aantrekkingskracht op hen uit, en waren zij in staat om op gepaste wijze de spirituele kant van hun bestaan te benadrukken. Voor hen diende het lichaam als een praktisch werktuig om de essentie van de ziel te openbaren. Maar nadat zij gezondigd hadden, werd het lichaam verzwakt en de kwade neiging versterkt. De "lagere" functies van het lichaam oefenden een onevenredig sterke aantrekkingskracht uit, terwijl de ziel werd verwaarloosd en de goddelijke bestemming van de mens werd vergeten. Dit is de bron van schaamte. De waardigheid van een mens kan voornamelijk worden toegeschreven aan zijn schepping naar Gods beeld. Deze waardigheid wordt geopenbaard door zijn ziel, en uit zich via Tora-studie en het verrichten van mitswot en goede daden. Wanneer iemand zijn bestemming vergeet en zijn fysieke verlangens de overhand laat krijgen, verliest hij deze waardigheid. Kleding die ons uiterlijk bedekt, dient ertoe onze aantrekking tot de fysieke wereld bij te stellen, en helpt de schade te herstellen die door de zonde van Adam en Eva is veroorzaakt. Het bedekken van het lichaam stelt de ziel in staat tot een grotere uitdrukking te komen. Wij kunnen dan het lichaam vervolmaken en het volledige uitdrukking geven, met heiligheid en vreugde, en het leiden naar Tora en mitswot. Daarom is iemands kleding zijn waardigheid.
Zoals elk ander goed ding kan kleding op de juiste of de verkeerde manier worden gebruikt. Zij die bescheiden en aangename kleding dragen, genieten het ware respect dat voortvloeit uit het benadrukken van het spirituele. Zij die onbescheiden kleding dragen, benadrukken het lichaam en wekken de kwade neiging op. In plaats van kleding te gebruiken om de ziel te benadrukken, gebruiken zij die om haar verder te verbergen en te verhullen. Er is niets schandelijkers dan dit.
De zonde van Adam en Eva leidde ook tot een aanvullende verandering. De mens werd uit de Hof van Eden verdreven, deze harde wereld in. Het vermogen van het lichaam om voor zichzelf te zorgen werd verminderd. Zo werd kleding noodzakelijk om het lichaam te beschermen tegen de kou tijdens de winter en tegen de stralen van de zon tijdens de zomer. In de nasleep van de zonde werd het lichaam dubbel beschadigd: het kon zonder kleding niet langer dienen als het volmaakte instrument van de ziel, en het kon zichzelf zelfs niet beschermen tegen de elementen.
Aangezien kleding een uniek middel tot correctie is voor de zonde van de mens, komt kleding niet voor in de natuur; de mens moet juist werken en vele activiteiten verrichten om haar voor zichzelf te maken. Er zijn 13 melachot betrokken bij het maken van stoffen kledingstukken, en nog eens zeven bij het maken van leren kledingstukken.
Zoals wij gezien hebben, zijn de 39 melachot dezelfde melachot die werden verricht bij het bouwen van de Misjkan. De bronnen van de melachot die met kleding verbonden zijn, zijn de melachot die betrokken waren bij het maken van de gordijnen voor de Misjkan, die bedoeld waren om zowel de goddelijke heerlijkheid te eren als te verhullen.