Shabbat · 28. Ziekte die niet levensbedreigend is

04. De verordening tegen medicijnen – Het fijnmalen van ingrediënten

De Wijzen verordenden voorts dat iemand die door een aandoening of lichte ziekte gehinderd wordt, op Shabbat geen medische behandeling mag verkrijgen. Dat wil zeggen: hij mag geen medicijn innemen, geen geneeskrachtige zalf aanbrengen, of welke handelingen dan ook verrichten die bedoeld zijn om te genezen. De zorg is dat iemand die in beslag genomen wordt door het verlichten van de aandoening, kruidachtige ingrediënten zal fijnmalen om een medicijn te bereiden en daarmee het Tora-verbod van Toĥen zal overtreden (Shabbat 54b en Rashi).

Zo verboden de Wijzen iemand met een oogaandoening wijn of een ander medicijn in zijn oog te druppelen (SA 328:20). Evenzo mag men geen zalf op een wond aanbrengen om deze te genezen (SA 328:22). Als iemand een zere keel heeft, mag hij voor therapeutische doeleinden niet gorgelen met olie. Iemand die kiespijn heeft, mag voor therapeutische doeleinden zijn tanden en tandvlees niet spoelen met azijn, zout water of alcohol. Hij mag echter een alcoholische drank drinken om de pijn te verlichten, op voorwaarde dat hij de vloeistof niet langer dan gebruikelijk in zijn mond houdt (SA 328:32).

Als de aandoening pijn veroorzaakt, mag men een niet-Jood vragen wijn in zijn oog te druppelen of alcohol op zijn pijnlijke tand aan te brengen. Dit reduceert het verbod tot het niveau van shvut di-shvut, dat de Wijzen toestonden als men pijn heeft (SA 307:5; 328:25; hierboven, 9:11-12 en Harĥavot; volgens Radbaz en R. Mordechai Benet mag een Jood die pijn heeft zelf medicijnen innemen; zie n. 3 hieronder).

De verordening die het innemen van medicijnen verbiedt, omvat ook het eten of drinken van zaken die alleen zieke mensen eten of drinken. Een zieke mag echter zaken eten of drinken die ook gezonde mensen eten of drinken, zelfs als zijn bedoeling is deze zaken als medicijn te gebruiken (Shabbat 109b; SA 328:37). Daarom mag iemand die een zere keel heeft, niet op keeltabletten zuigen, maar hij mag wel op gewone harde snoepjes zuigen (SSK 34:4). Evenzo mag men geen water met lijnzaad drinken om verstopping te verlichten, maar pruimensap is toegestaan, aangezien gezonde mensen het ook wel drinken.

Iemand die ongemak ervaart, mag dingen doen die gezonde mensen normaal doen, zelfs als zijn bedoeling is het ongemak te verlichten. Bijvoorbeeld: iemand met een jeukende huid mag olie aanbrengen die gezonde mensen ook aanbrengen (SA 327:1). Men mag ook olie aanbrengen op zijn handen en lippen, aangezien mensen dat tegenwoordig zelfs doen wanneer hun huid niet schraal is – om ze zacht te maken of voor het genoegen.

Als iemand medicijn heeft dat zijn kleine pijntjes en kwaaltjes helpt verlichten, mag hij het vóór Shabbat in een drank mengen, zolang niemand kan zien dat het medicijn bevat. Hij mag dan op Shabbat de geneeskrachtige vloeistof drinken (R. Shlomo Zalman Auerbach, geciteerd in SSK 34:5).