Shabbat · 27. Zieken en het redden van levens
12. Het voeren van oorlogen op Shabbat
Het is een mitswa om een verdedigingsoorlog te voeren tegen de vijanden van Israël. Deze mitswa is zelfs groter dan de mitswa van het redden van een mensenleven, aangezien men niet verplicht is om zijn eigen leven te wagen om het leven van een ander te redden, of zelfs meerdere levens. Daarentegen is het een mitswa – die op ieder individu rust – om zijn leven te wagen om het Joodse volk van hun vijanden te redden (Mishpat Kohen §143; Tzitz Eliezer 13:100; zie Peninei Halakha: Collected Essays II 11:3).
Daarom, als vijanden Israël aanvallen, is het een mitswa om oorlog tegen hen te voeren, zelfs als dit levens in gevaar zal brengen en Shabbat-ontheiliging zal vereisen. Inderdaad, Rambam oordeelt: "Er rust een mitswa op alle daartoe in staat zijnde Joden om hun broeders die belegerd worden te hulp te komen, en om hen op Shabbat van niet-Joden te redden; zij mogen dit niet uitstellen tot na Shabbat…" (MT 2:23). Evenzo, als bekend is dat vijanden of terroristen van plan zijn Joden aan te vallen, is het een mitswa om hen aan te vallen om hen af te schrikken. Als er een strategisch doel wordt gediend door hen op Shabbat aan te vallen, vallen wij op Shabbat aan (Heikhal Yitzĥak, OĤ 37:3; Amud Ha-yemini §16; zie Rema 329:6).
Bovendien is het ook een mitswa om oorlog te voeren om toekomstig gevaar te voorkomen, ook al zal dit levens in gevaar brengen en Shabbat-ontheiliging vereisen. Dit is in overeenstemming met de uitspraak van de Wijzen dat, als vijanden komen om grenssteden te plunderen, zelfs als zij slechts stro en hooi meenemen, "wij hen met wapens aanvallen en op hun rekening Shabbat ontheiligen" (Eruvin 45a). Wij doen dit omdat, als onze vijanden weten dat zij zonder gevolgen kunnen stelen, zij uiteindelijk mensen zullen gaan aanvallen. Dit is ook de uitspraak van de Shulĥan Arukh (329:6). Dienovereenkomstig is het een mitswa om op Shabbat doorlopende veiligheidsoperaties uit te voeren, om onze grenzen tegen onze vijanden te beschermen. Tegenwoordig heeft heel het land Israël de status van grenssteden met betrekking tot het voorkomen van terreuraanslagen (R. Shlomo Goren). Daarom is het in heel Israël een mitswa om op Shabbat doorlopende veiligheidsoperaties uit te voeren, om leven en eigendom te beschermen.
Als Joden die geen Shabbat houden op Shabbat een wandeltocht maken in een gebied waar het noodzakelijk is om met een gewapende escorte te reizen, en er geen manier is om hen er überhaupt van te weerhouden de wandeltocht te maken, dan is het een mitswa voor soldaten om hen te beschermen, zelfs als dit Shabbat-ontheiliging met zich meebrengt. Ook al is het de Shabbat-ontheiliging van de wandelaars die de noodzaak van beveiliging schept, niettemin moeten zij, aangezien zij zich in feite op een gevaarlijke plek bevinden, tegen de vijand worden beschermd (R. Goren, Meshiv Milĥama 1:7 en 2:110; zie Ha-tzava Ka-halakha hfst. 21). De soldaten mogen hen echter niet helpen Shabbat te ontheiligen. Aldus mogen soldaten geen controleposten voor hen openen zodat zij erdoorheen kunnen, hun geen reisvergunningen geven, of in hun bus stappen om hen in staat te stellen op weg te gaan. Pas nadat de groep reeds onderweg is, mogen soldaten hun beveiliging bieden.
Lichamen van gesneuvelde soldaten mogen op Shabbat van het slagveld worden geborgen om te waarborgen dat zij niet in handen van de vijand vallen. Ook al mag men technisch gezien Shabbat niet ontheiligen om lijken te bergen, toch voorkomt het bergen ervan van het slagveld levensgevaar, aangezien het achterlaten van lichamen het moreel van soldaten schaadt, en aangezien de Israëlische samenleving bereid is terroristen vrij te laten om door de vijand buitgemaakte lichamen terug te krijgen. Nadat de lichamen geborgen zijn, mag men Shabbat niet verder ontheiligen om de lichamen te verzorgen (Meshiv Milĥama vol. 1, p. 61 en 2:117; Ha-tzava Ka-halakha hfst. 20).
De oorlog om Eretz Yisrael te veroveren wordt beschouwd als een milĥemet mitswa (verplichte oorlog). Dienovereenkomstig mag men, wanneer er een tactisch voordeel is, zelfs op Shabbat een aanval inzetten, zoals onze voorouders deden in de dagen van Yehoshua toen zij Yeriĥo op Shabbat veroverden (y. Shabbat 1:8; Tur, OĤ 249:1).[13]
[13]. Een milĥemet reshut (vrijwillige oorlog) dient niet op Shabbat te worden begonnen, noch op de laatste drie dagen van de week. Als een oorlog echter doorloopt tot Shabbat, dan houden wij niet op, zelfs als het lijkt alsof het de oorlogsinspanning niet zal schaden om op Shabbat te stoppen met vechten. Zoals de Tora stelt: "Je mag [bomen] omhakken voor het bouwen van belegeringswerken tegen de stad die oorlog tegen je voert, totdat zij is bedwongen" (Devarim 20:20). De Wijzen zeggen ons: "Wij beginnen geen belegering tegen een niet-Joodse stad in de laatste drie dagen van de week; maar als zij begonnen is, houden wij niet op. Shammai placht te zeggen dat 'totdat zij is bedwongen' zelfs op Shabbat betekent." Een milĥemet reshut is een oorlog die bedoeld is om de grenzen van Israël uit te breiden en zijn macht te vergroten. Zo'n oorlog wordt alleen ondernomen door een Joodse koning en met de instemming van het Sanhedrin (MT, Wetten van Koningen 5:1-2). Opgemerkt dient te worden dat in het verleden, toen alle monarchieën vrijwillige oorlogen begonnen, de monarchie van Israël zulke oorlogen eveneens moest beginnen, om haar positie te verstevigen. Had zij dit niet gedaan, dan zou zij haar voortbestaan op de lange termijn in gevaar hebben gebracht. Daarentegen is een oorlog die wordt ondernomen om Eretz Yisrael te veroveren een milĥemet mitswa, zoals Ramban schrijft (Hasagot Le-sefer Ha-mitswot, Hosafot Le-mitswot Aseh 4). Een groot aantal autoriteiten is het met hem eens (zie Li-netivot Yisrael vol. 1 hfst. 23: "Le-mitswot Ha-aretz"). Op het eerste gezicht lijkt het dat Rambam gelooft dat het veroveren van Eretz Yisrael niet onder de definitie van milĥemet mitswa valt. Hij geeft echter ook toe dat het, als een vijand aanvalt, een mitswa is om een verdedigingsoorlog op te zetten, zowel vanwege de mitswa om het land te bewonen (Devar Yehoshua, OĤ 2:48), als vanwege het levensgevaar (Melumdei Milĥama §1). Zie Ha-tzava Ka-halakha, pp. 7-10.
In Meshiv Milĥama 1:2 analyseert R. Goren het dictum van de Gemara, "'totdat zij is bedwongen' betekent zelfs op Shabbat." Hij leidt daaruit af dat de toestemming om Shabbat voor oorlog te overtreden zelfs verstrekkender is dan de toestemming om Shabbat te overtreden om een leven te redden. In het bijzonder schorst (hutra) een milĥemet mitswa Shabbat volledig, terwijl het redden van een leven Shabbat slechts opzij zet (doĥeh). Wanneer Rambam het beginnen van een belegering beperkt tot het begin van de week, verwijst hij naar plaatselijke veldslagen, maar een totale oorlog heeft geen Shabbat-beperkingen. Het is alsof Shabbat volledig is opgeheven. Velen beschouwen de legitimiteit van het vechten op Shabbat echter als een uitgebreide vorm van het redden van een leven, aangezien de soldaten bezig zijn met het redden van vele levens. Anderen menen, op grond van MT 30:13, dat wij zelfs voor een milĥemet mitswa geen belegering aan het einde van de week beginnen. Dit is de mening van Radbaz 4:77. Tur, OĤ 249, stelt dat het een milĥemet reshut is die wij niet in de dagen voorafgaand aan Shabbat beginnen, maar wij mogen een milĥemet mitswa zelfs op Shabbat zelf beginnen. De gehele onenigheid is beperkt tot een geval waarin er geen tactisch voordeel is om de oorlog op Shabbat te beginnen; maar als het beginnen van de oorlog op Shabbat waarschijnlijk levens zal redden, dan zijn allen het erover eens dat wij de oorlog op Shabbat mogen beginnen. Zie Ha-tzava Ka-halakha 25:13, pp. 250-251.