Shabbat · 01. Inleiding

01. Shabbat-rust – De voltooiing van de Schepping

Het kostte God zes dagen om de hemel, de aarde en alles wat zich daarin bevindt te scheppen. Op het eerste gezicht lijkt een extra dag onnodig. Toch schiep God de zevende dag en bestemde hem voor rust en het staken van arbeid. Als gevolg daarvan bevat de wereld rust, zegen en heiligheid. Zo lezen wij:

De hemel en de aarde waren voltooid, met heel hun menigte. Op de zevende dag voltooide God het werk dat Hij had gedaan, en Hij hield op de zevende dag op met al het werk dat Hij had gedaan. En God zegende de zevende dag en verklaarde hem heilig, omdat Hij daarop ophield met al het werk van de schepping dat Hij had gedaan. (Bereishit 2:1-3)

De Wijzen vragen:

Wordt God werkelijk moe? Staat er niet reeds geschreven: "De Eeuwige is God van oudsher, Schepper van de aarde van het ene einde tot het andere. Hij wordt nooit mat of moe" (Yeshayahu 40:28)? Sterker nog, Hij geeft de vermoeide juist kracht, zoals geschreven staat: "Hij geeft kracht aan de vermoeide" (ibid. 29). Waarom staat er dan: "Hij rustte op de zevende dag" (Shemot 20:11)? Het is alsof God verklaarde dat Hij Zijn wereld in zes dagen schiep en op de zevende rustte. (Mekhilta Yitro)

Waarom bepaalde God dat zelfs Hij op de zevende dag moest rusten? Om rust, voldoening, gemoedsrust en kalmte voor de wereld te scheppen. Zolang God bezig was met het scheppen van de wereld, breidde de wereld zich voortdurend uit; toen Hij op de zevende dag rustte, werd rust aan de wereld gegeven (Bereishit Rabba 10:9).

Onophoudelijk werken, zonder rust, brengt een enorm verlangen naar volmaaktheid tot uitdrukking en een eindeloos gevoel van een leegte die nooit kan worden gevuld. Ondanks al ons werken, zwoegen en tobben zijn wij niet in staat voldoening en gemoedsrust te bereiken, omdat volmaaktheid zo ver weg blijft en onze tekortkomingen zich eindeloos uitstrekken. Er is zo veel leegte te vullen en er zijn zo veel problemen op te lossen dat wij nooit kunnen stoppen met werken. Zo zouden mensen leven als de wereld in zes dagen zonder Shabbat was geschapen. Maar met de schepping van Shabbat werd de wereld gezegend met rust (Maharal, Tiferet Yisrael hfst. 40).

Iemand is in staat te rusten wanneer hij weet dat zijn daden waardevol zijn. Hij ontleent voldoening aan zijn arbeid, in de wetenschap dat zijn werk niet tevergeefs is. Dit stelt hem in staat zijn krachten te verzamelen en zich gereed te maken voor de volgende fase, wanneer hij het werk weer zal hervatten. Maar wie de waarde van zijn werk niet inziet, zal geen gemoedsrust deelachtig worden, zelfs niet als hij stopt met werken. Dit gold ook aan het begin van de wereld. Hoewel de hemel en de aarde, continenten en oceanen, bomen en grassen, de hemellichten en de diepte, vissen, vogels en dieren reeds geschapen waren, en hoewel de mens – geschapen naar het goddelijke beeld – daarin reeds rondwandelde, was de wereld nog zonder betekenis, en daarom was er geen rust. Met de schepping van de zevende dag voor rust en het staken van arbeid werd ook het vermogen geschapen om de innerlijke waarde van de wereld en van alle daarin verrichte daden in zich op te nemen.

Tot op zekere hoogte heeft de gehele mensheid het idee verinnerlijkt dat de schepping van de zevende dag betekenis geeft aan werk en schepping, en zo iedereen in staat stelt van rust te genieten en voldoening te putten uit arbeid. Om hiervan te profiteren is het niet nodig specifiek op Shabbat te rusten. Maar de ware en absolute waarde van schepping en werk, hun goddelijke aspect, kan alleen worden verinnerlijkt door te rusten op Shabbat, de dag die God voor rust heeft bestemd. Dit is een voorrecht dat alleen aan Israël is verleend. Bovendien kunnen Joden geen rust vinden door enige eindige menselijke waarde: "Onze rustplaats is alleen door God" (R. Kooks Orot, Zeronim, "Tzima'on Le-El Ĥai").

Zonder die rust, die de waarde en het doel van de wereld tot uitdrukking brengt, heeft haar bestaan geen zin. Daarom stellen de Wijzen: "Dit kan worden vergeleken met een koning die een bruiloftsbaldakijn bouwde, beeldhouwde en versierde. Wat ontbrak er nog? Een bruid om eronder te treden! Evenzo, wat ontbrak er aan de wereld? Shabbat" (Bereishit Rabba 10:9). Welk nut hebben voor de koning al de vertrekken in het paleis en hun prachtige meubilair, als hij geen bruid heeft om er samen mee van te genieten? De bruid brengt zegen aan het paleis, want de vreugde die zij de koning verschaft, brengt hem ertoe goedgunstig te zijn jegens het gehele koninkrijk. De Wijzen stellen verder (ibid.): "Dit kan worden vergeleken met een koning die een zegelring voor zichzelf maakte. Wat ontbrak er nog? Het zegel! Evenzo, wat ontbrak er aan de wereld? Shabbat." Het zegel is wat een zegelring betekenis en identiteit geeft. Evenzo verschaft Shabbat met haar heiligheid betekenis aan de wereld (Maharal op. cit.).