Shabbat · 27. Zieken en het redden van levens
09. Op Shabbat naar huis rijden
Als de patiënt wordt ontslagen nadat is vastgesteld dat hij niet in gevaar is, mogen hij en zijn begeleiders Shabbat niet ontheiligen om naar huis terug te keren. Indien nodig – bijvoorbeeld als de patiënt rust nodig heeft – mag hij door een niet-Joodse chauffeur naar huis vervoerd worden. De begeleider mag echter niet meerijden, tenzij de patiënt onderweg hulp nodig heeft (zie hieronder, 28:2).
Evenzo, als een vrouw met spoed naar het ziekenhuis wordt gebracht om te bevallen en vervolgens wordt ontslagen nadat een onderzoek uitwijst dat zij nog niet klaar is om te bevallen, mag zij Shabbat niet ontheiligen om naar huis terug te keren. In geval van nood, als zij nog steeds als ziek wordt beschouwd – bijvoorbeeld als zij moet gaan liggen – mag zij door een niet-Jood naar huis gereden worden, maar haar begeleider mag niet meerijden.
Een Joodse ambulancechauffeur uit een afgelegen gemeenschap, die een ambulance nodig heeft voor noodgevallen, mag naar zijn gemeenschap terugkeren nadat hij een patiënt naar het ziekenhuis heeft gebracht. Hij mag echter de patiënt of zijn begeleider niet naar huis rijden, aangezien het vervoeren van hen het overtreden van Tora-verboden met zich meebrengt, omdat hun bijkomende gewicht de motor meer brandstof doet verbruiken. Zelfs als het verbod louter rabbijns zou zijn, zou het hun nog steeds verboden zijn om met een Joodse chauffeur naar huis terug te rijden.[9]
Als een Joodse ambulancechauffeur in een stad uitrijdt om een patiënt te behandelen, mag hij daarna op Shabbat niet terugrijden naar de EHBO-post. Aangezien ambulances voorzien zijn van portofoons, kan de chauffeur op zijn huidige locatie bereikt worden als hij nodig is voor een ander noodgeval. Als er echter een werkelijke noodzaak is om terug te rijden – bijvoorbeeld als hij verwacht dat hij een extra hulpverlener of meer medische apparatuur nodig zal hebben voor zijn volgende rit, of als rust op de post hem in staat zal stellen om mensen later doeltreffender te behandelen – mag hij naar de post terugkeren.
Als er een ambulance werd opgeroepen om iemand in ernstig gevaar te behandelen, maar voordat de ambulance arriveert een andere manier werd gevonden om hem met spoed naar het ziekenhuis te brengen, moet iemand bellen om de aanvraag voor een ambulance te annuleren, aangezien deze elders voor een patiënt nodig kan zijn terwijl zij verder rijdt naar een bestemming waar zij niet langer nodig is. Bovendien bestaat de zorg dat medisch personeel zaken niet serieus zal nemen wanneer zij in de toekomst op Shabbat gealarmeerd worden, in de veronderstelling dat hun hulp wellicht niet langer nodig is, maar dat niemand hen heeft ingelicht omdat men op Shabbat geen telefoongesprek wil voeren.
Als een Joodse chauffeur een vrouw in barensnood naar het ziekenhuis vervoert, en zij tijdens de rit zegt dat haar weeën zijn gestopt (tot het punt dat zij, als zij thuis was, niet zou overwegen om naar het ziekenhuis te gaan), mag hij niet verder rijden. Hij moet stoppen en op een veilige plek parkeren totdat Shabbat voorbij is (R. Shlomo Zalman Auerbach). Als de ambulance om redenen van piku'aĥ nefesh naar de post moet worden teruggebracht, keert de chauffeur terug naar de post, en mogen de vrouw en haar begeleider in de ambulance blijven en met hem terugkeren.
Een Joodse arts die wordt opgeroepen om een levensgevaarlijk zieke patiënt te behandelen, mag naar de patiënt rijden zonder de details vast te stellen, aangezien zelfs de mogelijkheid van levensredding voorrang heeft boven Shabbat. Niettemin verdient het de voorkeur dat hij belt om de toestand van de patiënt op te helderen, aangezien het mogelijk is dat de opheldering de arts ertoe zal brengen te besluiten dat de rit onnodig is, en het verdient de voorkeur om de Shabbat-ontheiliging tot een minimum te beperken. Zelfs wanneer het duidelijk is dat de patiënt levensgevaarlijk ziek is en de arts nodig heeft, is het telefoongesprek nog steeds nuttig. Ten eerste is het mogelijk dat de arts specifieke aanwijzingen kan geven over hoe de patiënt verzorgd moet worden totdat hij arriveert. Bovendien kan het de arts duidelijk worden dat hij extra apparatuur moet meenemen.[10]
[9]. Zoals in het volgende gedeelte en in n. 12 wordt uitgelegd, geldt de soepele uitspraak van de Wijzen dat "het einde is toegestaan vanwege het begin" voornamelijk voor artsen, verpleegkundigen en medische noodhulpvrijwilligers, die vaak op Shabbat moeten reizen. Als wij het hun niet gemakkelijk zouden maken om naar huis terug te keren, bestaat er een werkelijke zorg dat zij in de toekomst zullen vermijden om überhaupt uit te rijden. Daarentegen waren de Wijzen niet soepel voor de patiënten zelf en hun begeleiders, omdat er geen zorg bestaat dat zij zullen aarzelen om in de toekomst te komen. Een mens zal immers altijd bezorgd zijn om zijn eigen gezondheid. Bovendien komen de incidenten niet vaak voor en zouden zij de Shabbat-rust van de patiënt niet regelmatig verstoren. In geval van nood mag een patiënt echter met een niet-Joodse chauffeur naar huis terugkeren, omdat men een niet-Jood mag opdragen om melachot te verrichten die door de Tora-wet verboden zijn ten behoeve van een zieke, zelfs als er geen levensgevaar is (SA 328:17; MB ad loc. 47; hieronder, 28:2). Er is echter geen grond voor soepelheid voor een begeleider, aangezien zijn bijkomende gewicht de motor meer brandstof zou doen verbruiken (Nishmat Avraham 278:4 en n. 47; 330:9). Maar als de patiënt op de terugrit een begeleider nodig heeft, mag de begeleider met de patiënt en de niet-Joodse chauffeur meereizen.
[10]. De Talmoed stelt in Eruvin 32b dat het de voorkeur verdient dat een geleerd persoon een licht verbod overtreedt om een ongeleerd persoon te behoeden voor het onwetend overtreden van een zwaar verbod. Dit is de uitspraak van SA 306:14 en MB ad loc. 56, die stellen dat men Shabbat dient te ontheiligen om een Jood voor afvalligheid te behoeden. Op grond hiervan dient men, wanneer een ambulance werd opgeroepen maar nadat de aanvraag was uitgegaan een alternatieve regeling werd getroffen, te bellen en de aanvraag te annuleren. Vergeleken met het rijden op Shabbat, dat meerdere overtredingen van Mav'ir met zich meebrengt, is het voeren van een telefoongesprek een minder zware overtreding. R. Shlomo Zalman Auerbach verzet zich echter tegen deze benadering en brengt een sterk argument naar voren: er is geen overtreding gemoeid met het reizen om levens te redden, dus het bellen om te annuleren beperkt de Shabbat-ontheiliging niet (geciteerd in Ha-tzava Ka-halakha 32:1, n. 3). Torat Ha-yoledet hfst. 21 n. 2 maakt hetzelfde punt namens R. Yosef Shalom Elyashiv. Niettemin merkt R. Chaim Pinchas Scheinberg daar op dat zelfs degenen die levensreddend werk verrichten de Shabbat-ontheiliging tot een minimum dienen te beperken, zoals MB stelt in 328:35. Het lijkt echter dat iemand de aanvraag voor een ambulance om een andere reden moet annuleren: om mogelijk een ander leven te redden. Er kan elders iemand zijn die levensgevaarlijk ziek is, en de ambulance zal niet beschikbaar zijn om hem te helpen als zij deze onnodige rit maakt. Daarnaast is een vals alarm waarschijnlijk geneigd om het medische noodhulppersoneel in de toekomst te doen aarzelen, vooral als zij weten dat mensen op Shabbat niet zullen bellen om de aanvraag voor een arts of een ambulance te annuleren.
Als een Joodse ambulancechauffeur bezig is een vrouw in barensnood naar het ziekenhuis te rijden en haar weeën stoppen, mag hij niet verder reizen (R. Shlomo Zalman Auerbach, Minĥat Shlomo 1:91:21; Nishmat Avraham 330:25 en n. 7). Als hij echter uit een afgelegen gemeenschap komt en daarheen met de ambulance moet terugkeren, hoeft hij niet te stoppen om de passagiers af te zetten voordat hij naar de post terugkeert. Dit zou bijkomende overtredingen van Mav'ir vereisen met betrekking tot de lichten en de motor. Aangezien de passagiers reeds in het voertuig zitten, mogen zij met hem terugkeren.