Shabbat · 26. Ma'aseh Shabbat en Lifnei Iver

01. Principes achter het verbod om baat te hebben bij Melakha verricht op Shabbat

De Tora gebiedt ons ons op Shabbat van melakha te onthouden. De Wijzen voegden een beschermend hek toe door het verbieden van het ontlenen van baat aan melakha verricht op Shabbat (ma'aseh Shabbat), aangezien het ongepast is om op Shabbat baat te hebben bij Shabbat-ontheiliging. Of de melakha nu bewust (be–mezid) of onbewust (be-shogeg) werd gedaan, het is voor elke Jood verboden gedurende de rest van die Shabbat baat te hebben bij de melakha. Sommigen menen dat men, als de melakha be-shogeg werd gedaan, er baat bij mag hebben. Sommigen vertrouwen op deze opvatting onder dringende omstandigheden (zoals uitgelegd in de volgende sectie). Voor onze doeleinden betekent shogeg dat men zich van zijn handelingen bewust was, maar vergat dat het Shabbat was, of zich er niet van bewust was dat deze handeling een verboden melakha op Shabbat is; wij hebben het, hier en elders, vertaald als "onbewust".

Na Shabbat mag eenieder baat hebben bij een melakha die op Shabbat werd gedaan, behalve de dader, indien hij het be-mezid deed, die er nooit baat bij mag hebben (SA 318:1, zoals uitgelegd in sectie 7 hieronder).

Als een klein kind een melakha op Shabbat verrichtte ten behoeve van een volwassene, mag tijdens Shabbat niemand er baat bij hebben. Op zaterdagavond mag eenieder er baat bij hebben zodra er genoeg tijd is verstreken dat de melakha na Shabbat voltooid had kunnen worden. Als het kind de melakha voor zichzelf deed, mag een volwassene er op Shabbat baat bij hebben (hierboven, 24:4).

Als een niet-Jood op Shabbat melakha deed voor een Jood, mag geen Jood er baat bij hebben totdat er na Shabbat genoeg tijd is verstreken voor de melakha om voltooid te zijn, zodat niemand baat heeft bij melakha gedaan op Shabbat en niemand profiteert van werk gedaan door een niet-Jood op Shabbat (hierboven, hfdst. 25 n. 2). Als een niet-Jood een melakha voor zichzelf deed, mag een Jood er op Shabbat baat bij hebben (hierboven, 25:2). In sommige gevallen mag men een niet-Jood hinten om melakha op Shabbat te doen (hierboven 25:3). Omwille van een mitswa, of om groot verlies of lijden te vermijden, mag men een niet-Jood vragen een rabbijns verboden melakha te doen (25:4).