Shabbat · 03. Shabbat-tijden
04. Wetten die van toepassing zijn op wie Shabbat op zich neemt
Vanaf het moment dat men tosefet Shabbat aanvaardt, moet men zich onthouden van alle melachot die door de Tora-wet verboden zijn. Rabbijns verboden handelingen zijn op dit punt eveneens verboden, tenzij de te verrichten melacha voor een mitswa, voor een Shabbat-behoefte of voor een andere grote noodzaak is, omdat de Wijzen in zulke situaties niet de bedoeling hadden dat hun verboden van toepassing zouden zijn. Bijvoorbeeld: als iemand vergeten is van zijn opbrengst tienden af te zonderen en die op Shabbat wil eten, mag hij die tienden afzonderen, zelfs als hij Shabbat reeds heeft aanvaard, omdat het afzonderen van tienden van opbrengst op Shabbat slechts rabbijns verboden is.
Wie tosefet Shabbat reeds heeft aanvaard, mag een mede-Jood die Shabbat nog niet heeft aanvaard vragen melacha namens hem te verrichten. Vrouwen steken doorgaans de kaarsen aan en aanvaarden Shabbat op de tijd die op kalenders vermeld staat. Mannen daarentegen gaan naar sjoel om de Minĥa van de weekdag te bidden (die meestal kort na het kaarsen aansteken begint), en aanvaarden pas dan Shabbat. In de tussenliggende periode mag een vrouw haar man vragen melachot te verrichten zoals het aandoen van een licht of het bijstellen van de oven, ook al heeft zij Shabbat reeds aanvaard (SA 263:17; MB aldaar 64). Evenzo mag op zaterdagavond iemand die nog geen havdala heeft gemaakt iemand die dat wel heeft gedaan vragen melacha voor hem te verrichten.[5]
[5]. Om deze bespreking compleet te maken moeten wij drie wetten toevoegen. 1) De algemene regel dat men tijdens tosefet Shabbat rabbijnse verboden mag overtreden voor een mitswa of een grote noodzaak, geldt niet voor rabbijnse verboden waarvan de overtreding waarschijnlijk leidt tot een schending van de Tora-wet. Men zou bijvoorbeeld geen melacha she-eina tzerikha le-gufah mogen verrichten, noch voorwerpen in het publieke domein mogen verplaatsen door ze telkens minder dan vier tefaĥim te verplaatsen. Dit wordt uitgelegd in MB 342:1. 2) Hoewel de algemene regel is dat wie Shabbat heeft aanvaard geen rabbijns verbod mag overtreden tenzij er een mitswa bij betrokken is of een grote noodzaak, geldt de regel niet voor het vragen aan een niet-Jood om melacha voor hem te verrichten. Dit is toegestaan, zelfs als het niet voor een mitswa of grote noodzaak is, zoals uitgelegd in MB 261:18. 3) Strikt genomen treden, als men Shabbat niet heeft aanvaard, de rabbijnse Shabbat-verboden pas in werking aan het einde van bein ha-shmashot. De hoofdtekst vermeldt dit niet omdat het in de praktijk vrijwel irrelevant is. Als men deel uitmaakt van een lokale Joodse gemeenschap, mag men ervan uitgaan dat de meerderheid van de gemeenschap Shabbat vóór shki’a zal aanvaarden, en dan zouden alle melachot ook voor deze persoon verboden zijn (behalve het vragen aan een niet-Jood om melacha te verrichten, wat tijdens bein ha-shmashot is toegestaan, zoals hierboven uitgelegd). Als hij woont in een plaats waar geen Joden zijn, is er nog steeds een mitswa van tosefet Shabbat vóór shki’a, en het overtreden van rabbijnse wetten zal nog steeds verboden zijn, behalve voor een mitswa, voor Shabbat of voor een grote noodzaak, wanneer hij soepel mag zijn, zoals wij hebben geleerd.
Een vrouw die een goede reden heeft om na het kaarsen aansteken met de auto te reizen, zoals om naar de Kotel, naar sjoel of naar haar familie te gaan, mag in een auto stappen als de bestuurder Shabbat nog niet heeft aanvaard. Zij moet er echter voor zorgen het autoportier niet zelf te openen of te sluiten als dit het licht in de auto zou doen aan- of uitgaan (zie Harĥavot).