Shabbat · 28. Ziekte die niet levensbedreigend is
01. Principes van de halachot van zieke mensen
Er zijn volgens de halacha drie categorieën zieke mensen:
een ernstig zieke – iemand wiens leven in gevaar is;
een "gewone" zieke – iemand wiens hele lichaam ziek is maar wiens leven niet in gevaar is;
een "licht" zieke – iemand die in een deel van zijn lichaam ziek is of die pijn ondervindt van een lichamelijke aandoening.
Bij de zorg voor een levensgevaarlijk zieke doet men op Shabbat alles wat men doordeweeks zou doen. Alle Shabbat-verboden worden opzij gezet om een leven te redden, zoals wij in het vorige hoofdstuk gezien hebben.
Bij de zorg voor een gewone zieke – iemand die zo ziek is dat hij gedwongen is te gaan liggen, maar wiens leven niet in gevaar is – mag men rabbijnse verboden buiten beschouwing laten, maar Tora-verboden blijven van kracht (zoals in de volgende sectie uitgelegd zal worden).[1]
Een licht zieke of iemand die door aandoeningen gehinderd wordt – dat wil zeggen, iemand die kan rondlopen alsof hij gezond is, maar ongemak ondervindt van een lichte aandoening – is onderworpen aan alle rabbijnse wetten, en men mag te zijnen behoeve zelfs geen shvut di-shvut overtreden. Echter, als hij pijn heeft, mag men bepaalde dingen voor hem doen, ook al worden zij gecategoriseerd als shvut di-shvut. Concreet mag men een niet-Jood vragen een rabbijns verbod voor hem te overtreden, of mag een Jood daartoe gebruikmaken van een shinui (SA 307:5; MB 328:3; hierboven 9:11).
Er is een specifieke rabbijnse verordening die een licht zieke verbiedt medicijnen in te nemen. De poskim zijn het oneens over de vraag of dit verbod betrekking heeft op de medicijnen van vandaag, die in fabrieken worden gemaakt (de halachot betreffende iemand die door een lichte aandoening gehinderd wordt, zullen in secties 3-5 uitgelegd worden).
Het hoofdidee van Shabbat is dat wij op deze dag rustig en kalm de werkelijkheid aanvaarden zoals zij is. Als wij geen schone kleren hebben, dragen wij vuile. Als wij vergeten zijn een bepaald gerecht te koken, stellen wij ons tevreden met het voedsel dat wij hebben, of vragen wij een buurman om hulp. Als wij vergeten zijn de verwarming aan te zetten, trekken wij een jas aan. Als wij vergeten zijn de airconditioning aan te zetten, lijden wij een beetje onder de hitte. Hoewel de Shabbat-wetten soms lijden veroorzaken, bevrijden zij ons van de last en spanning van het voortdurend moeten opletten en ervoor zorgen dat elk klein detail van ons leven naar behoren wordt geregeld. Daarom is Shabbat een waardevol geschenk. Het gevoel van geloof, kalmte en rust dat voortvloeit uit het aanvaarden van de werkelijkheid op Shabbat is genoeglijk en verheffend.
De Wijzen zetten deze tendens voort door hun verordeningen, waarvan er één is om af te zien van het gebruik van medicijnen op Shabbat. Als wij enig ongemak ervaren, ook al is het irritant en onaangenaam, verdragen wij het kalm, aangezien ook dit deel uitmaakt van de Shabbat-rust. Echter, als het ongemak pijn veroorzaakt en oneg Shabbat tenietdoet, stonden de Wijzen toe lichte rabbijnse verboden (shvut di-shvut) te overtreden om het lijden te verlichten. En als het gaat om de zorg voor iemand die werkelijk ziek is, staan de Wijzen ons toe alle rabbijnse verboden te overtreden, aangezien het zorgen voor de eigen gezondheid een mitswa is.
[1]. Volgens de meeste Rishonim mag men geen Tora-verbod overtreden voor iemand die in gevaar is een ledemaat te verliezen (Rosh, Ran, Rashba, en kennelijk Rambam). Anderen stellen dat men inderdaad Shabbat mag ontheiligen om een ledemaat te redden (Tosafot, Rabbeinu Tam, Sefer Ha–aguda, en Me'iri). In de praktijk oordeelt SA dat men in zo'n geval geen Tora-verbod mag overtreden (328:17). Echter, volgens de huidige medische opvatting is het in de praktijk, wanneer iemands ledemaat in gevaar is, vrijwel altijd levensbedreigend, aangezien er altijd de mogelijkheid van een infectie bestaat (Nishmat Avraham 328:49). Dit zou de redenering kunnen zijn van de Rishonim die mild zijn in een geval van gevaar voor een ledemaat. Melamed Le-ho'il 2:32 presenteert een soortgelijke redenering, zoals uiteengezet in Harĥavot.