Shabbat · 22. De geest van Shabbat

16. Wanneer voorbereiding op Shabbat voor de doordeweekse dag is toegestaan

Het verbod om op Shabbat voor de doordeweekse dag voor te bereiden, beperkt zich tot activiteiten die inspanning vereisen. Eenvoudige, moeiteloze activiteiten die mensen routinematig ondernemen, zijn echter toegestaan. Dit geldt zelfs als de activiteiten nuttig zijn voor de doordeweekse dag, aangezien het verrichten ervan geen afbreuk doet aan Shabbat. Zo mag men bijvoorbeeld, na het schudden van de lulav op de eerste dag van Soekot, deze terugzetten in water, ook al wordt dit gedaan om hem voor de volgende dag vers te houden (Sukka 42a; SA 654:1). Wie Tora bestudeert mag een bladwijzer aanbrengen, ook al zal dit pas van nut zijn wanneer hij zijn studie door de week voortzet. Wie een siddoer naar de synagoge heeft meegenomen, mag die mee naar huis nemen (waar er een eruv is), zelfs als hij die op die Shabbat niet meer zal gebruiken.

Evenzo mag men overgebleven voedsel zoals gebruikelijk in de koelkast zetten. Serviesgoed mag zoals gebruikelijk in water blijven weken om te voorkomen dat voedselresten eraan vastkoeken. Wie op Shabbatmiddag het huis verlaat mag een sleutel en een trui meenemen voor gebruik na Shabbat, hoewel hij niet expliciet moet verklaren dat hij dit voor na Shabbat doet (zie SA 416:2; SSK 28:89).

In geval van nood, om ernstig ongemak te vermijden, mag men op Shabbat eenvoudige dingen doen ter voorbereiding op de doordeweekse dag, zelfs als die geen deel uitmaken van de normale routine, maar alleen op voorwaarde dat het niet duidelijk is dat hij ze voor de doordeweekse dag doet, om geen afbreuk te doen aan Shabbat. Als iemand bijvoorbeeld naar een plaats gaat waar het moeilijk is wijn voor havdala te vinden, mag hij op Shabbat wijn meenemen, op voorwaarde dat hij die meeneemt terwijl er nog volop daglicht is, zodat het niet duidelijk zal zijn dat hij de wijn voor na Shabbat meeneemt. Als hij wat van de wijn drinkt bij se'uda shlishit, mag hij zelfs le-khatĥila wijn meenemen (zie Ĥayei Adam 153:6; MB 667:5).

In geval van nood, om verlies te voorkomen, stonden de Wijzen toe op Shabbat dingen te doen, zelfs wanneer het duidelijk is dat die voor de doordeweekse dag zijn. Voorbeelden zijn het naar binnen halen van voorwerpen die buiten staan en die waarschijnlijk door regen beschadigd zouden worden, en het in de vriezer leggen van voedsel dat waarschijnlijk zou bederven als het buiten bleef staan (SA 308:4; MB 321:21).[10]


[10]. Als geslacht vlees drie dagen ongezouten blijft liggen, kan het niet langer door zouten koosjer gemaakt worden. Als het vlees echter vóór het verstrijken van de drie dagen in water geweekt wordt, wordt het tijdvenster voor het zouten verlengd. Volgens MA 321:7 mag men ongezouten vlees waarvan de tijd dreigt te verstrijken, niet op Shabbat weken om te verzekeren dat het na Shabbat toegestaan zal zijn het te koken, omdat het verboden is zich op Shabbat met iets bezig te houden om verlies na Shabbat te voorkomen. MB 321:21 voegt echter toe dat men onder dwingende omstandigheden mag steunen op Eliya Rabba en Noda Bi-Yehuda, die het toestaan. Dit is ook de opvatting van SSK 28:91 en Yalkut Yosef deel 2, p. 218.