Shabbat · 06. Wetten van Kiddoesj

01. Zakhor en Shamor

Zoals wij hierboven hebben gezien (1:8), zijn er twee cruciale mitswot die de ruggengraat van Shabbat vormen: Zakhor (gedenk) en Shamor (onderhoud).

Shamor gebiedt ons ons van alle arbeid te onthouden. Op deze manier maken wij ruimte vrij in onze ziel, die wij geboden zijn met positieve inhoud te vullen. Deze positieve inhoud is vervat in Zakhor, dat ons gebiedt de heiligheid van Shabbat te gedenken en haar te gebruiken om ons te verbinden met de grondslagen van ons geloof. Gedurende zes dagen zijn wij actief in de buitenwereld; op Shabbat keren wij terug naar onze binnenwereld, naar onze ziel, en herinneren wij onszelf opnieuw aan de grondbeginselen van het geloof.

Het eerste grondbeginsel dat wij tijdens de kiddush gedenken is de schepping van de wereld, en het tweede is de Uittocht uit Egypte. Er zijn er die toegeven dat God de wereld schiep, maar niet geloven dat God, ook na de schepping, verantwoordelijk blijft voor het voortdurende bestaan van de wereld, die Hij overziet en bestuurt. Ten tijde van de Uittocht werd Gods goddelijke voorzienigheid zeer duidelijk geopenbaard, op een manier die duidelijk maakte dat God Zichzelf aan de wereld openbaart door middel van het Joodse volk. Dit is de betekenis van het tweede grondbeginsel van geloof dat wij in de kiddush vermelden.

Deze twee grondbeginselen van geloof worden vermeld in de twee versies van de Tien Geboden in de Tora. In Shemot worden wij geboden de schepping van de wereld te gedenken: "Gedenk de dag van Shabbat om hem te heiligen…. Want in zes dagen maakte de Eeuwige hemel en aarde en zee, en alles wat daarin is, en Hij rustte op de zevende dag. Daarom zegende de Eeuwige de Shabbat-dag en heiligde hem" (Shemot 20:8, 11). In Devarim is de mitswa echter geformuleerd met het woord "shamor", en daar wordt de Uittocht uit Egypte vermeld: "Onderhoud de dag van Shabbat om hem te heiligen…want gij waart een slaaf in het land Egypte, en de Eeuwige, uw God, leidde u vandaar uit met een sterke hand en een uitgestrekte arm; daarom heeft de Eeuwige, uw God, u geboden de dag van Shabbat te houden" (Devarim 5:12, 15). In werkelijkheid bestaat er een verband tussen Shabbat en de Uittocht uit Egypte, want beide openbaren de goddelijke ziel, die onze bevrijding van slavernij teweegbrengt – of het nu slavernij aan Egypte of aan arbeid betreft.

Wij vervullen de essentie van Zakhor wanneer wij kiddush over wijn zeggen, en daarmee de hele dag heiligen, zoals geschreven staat: "Gedenk de dag van Shabbat om hem te heiligen" (Shemot 20:8) – de hele dag dient geheiligd te worden en apart gezet voor het overdenken van grondbeginselen van geloof en het bestuderen van Tora, terwijl men aangename maaltijden eet en vast slaapt. Zelfs door de week is er een mitswa om Shabbat te gedenken en te heiligen, wat betekent dat hij meer geëerd dient te worden dan andere dagen. Men dient zich erop voor te bereiden door eten te maken, te wassen, te baden en zijn huis schoon te maken (Zie Ramban, Shemot 20:7; hierboven 2:1-6).

Zowel mannen als vrouwen zijn verplicht in de mitswot van Shabbat. Hoewel vrouwen over het algemeen vrijgesteld zijn van tijdgebonden positieve geboden, en Zakhor zo'n mitswa is, zijn vrouwen niettemin verplicht omdat Zakhor en Shamor samen werden uitgesproken; zij zijn met elkaar verweven. Net zoals vrouwen verplicht zijn in de mitswot die zijn afgeleid van Shamor – de negatieve geboden, zo zijn zij ook verplicht in de mitswot die zijn afgeleid van Zakhor – de positieve geboden.

Daarom zijn mannen en vrouwen in gelijke mate verplicht in de mitswot van Shabbat, en een vrouw mag kiddush zeggen voor een man en hem van zijn verplichting vrijstellen. Maar minderjarigen die nog geen bat of bar mitswa hebben bereikt, kunnen volwassenen niet vrijstellen, omdat zelfs kinderen die oud genoeg zijn om te begrijpen waar Shabbat over gaat, nog slechts rabbijns verplicht zijn in de kiddush, terwijl volwassenen een Tora-verplichting hebben (SA 271:2).