Shabbat · 19. Agrarische Melachot (Ĥoresh, Zore'a, Kotzer en Me'amer)
05. Een gootsteen gebruiken waarvan het water in de tuin wegloopt
Als de afvoerpijp van een gootsteen uitkomt op grond waar planten groeien, mag die op Shabbat niet worden gebruikt door iemand die er belang bij heeft dat de planten water krijgen. Het spreekt voor zich dat men deze gootsteen op Shabbat niet mag gebruiken als die opzettelijk is opgesteld om de planten water te geven.
Niettemin menen veel poskim dat iemand die er niet om geeft of de planten water krijgen, zo'n gootsteen op Shabbat mag gebruiken – bijvoorbeeld als de planten niet van hem zijn en hij geen belang heeft bij hun groei. In tijd van nood mag men op deze poskim vertrouwen. Welbeschouwd overtreedt iemand die rechtstreeks water over planten giet een verbod, zelfs als hij niet de bedoeling heeft ze water te geven, omdat hij hen helpt groeien. Hier daarentegen wordt het water indirect gegoten en is het daarom een geval van grama en toegestaan (SSK 12:19). Als het water uit de gootsteen planten bereikt die reeds voldoende water hebben gekregen, hetzij door zware regenval, hetzij door water dat vóór Shabbat uit de gootsteen is weggelopen, dan mag zelfs iemand die er belang bij heeft dat de planten groeien de gootsteen op Shabbat gebruiken, aangezien hij hen helemaal niet helpt.
Soms valt er regen op Soekot, en om te voorkomen dat de eigen sukka nat wordt, kan men er een schuifdak overheen trekken. Wanneer de regen stopt, zal hij het dak weer willen terugschuiven, maar hij weet dat als hij dit doet, water dat zich op het dak heeft verzameld op de nabijgelegen planten zal stromen. Mag hij het dak op Shabbat en Yom Tov toch terugschuiven? Dat hangt ervan af: als de regen hard genoeg en lang genoeg was om de grond te verzadigen, mag men het dak terugschuiven, omdat het extra water geen nut dient. Als er echter slechts weinig regen viel, mag het dak niet worden teruggeschoven, omdat dit de planten water zal geven en Zore’a zal overtreden.[5]
[5]. Dit is de benadering van Ĥut Shani (melekhet Zore’a) en Orĥot Shabbat hfst. 18 n. 10; zie Kaf Ha-ĥayim 336:29. Wat de gootsteen betreft, volgde ik het standpunt van degenen die soepel zijn en menen dat men de gootsteen mag gebruiken zolang men er geen belang bij heeft de planten water te geven. Sommigen zijn echter streng en menen dat men, zelfs als men er geen belang bij heeft de planten water te geven, geen water in de gootsteen mag gieten. Dit is het standpunt van Az Nidberu 4:17 en R. Levi Yitzĥak Halperin (Ma’aseh U-grama Ba-halakha 4:2:5). Volgens hen wordt het water dat via de afvoerpijp de tuin in stroomt niet beschouwd als water dat daar aankomt via grama en ko’aĥ sheni, maar is het alsof de persoon het rechtstreeks giet. In de praktijk mag men echter, wanneer nodig, vertrouwen op degenen die soepel zijn, zoals ik in de hoofdtekst schrijf in naam van SSK. Een psik resiha de-lo niĥa lei is slechts rabbijns verboden (en volgens Arukh is het toegestaan), dus wanneer het onduidelijk is of het ook grama en toegestaan is, volgt de halacha het soepele standpunt. Inderdaad zeggen Yalkut Yosef 336, Zore’a 9 en Menuĥat Ahava 2:3:8 dit ook. Als het water dat uit de gootsteen stroomt planten bereikt die geen water nodig hebben – hetzij omdat er zware regenval was en de grond verzadigd is, hetzij doordat er vóór Shabbat een grote hoeveelheid water uit de gootsteen is gestroomd – is het water geven aan deze planten niet verboden op grond van Zore’a (Petaĥ Ha-devir zoals aangehaald door Kaf Ha-ĥayim 336:29). Het lijkt erop dat zelfs degenen die anders streng zijn, in zo'n geval soepel zouden zijn.