Shabbat · 01. Inleiding
16. Shabbat, vrede en eenheid
Op Shabbat verbinden wij ons met de Bron van ons leven en daarmee openbaren wij dat heel de schepping één wortel heeft. Bijgevolg wordt de wereld vredevoller. De diepste tegenstelling in de wereld is de tweedeling tussen het spirituele en het fysieke, tussen lichaam en ziel. Wanneer men ze met "alledaagse ogen" bekijkt, lijken zij elkaar te bestrijden en te hinderen. Maar op Shabbat wordt geopenbaard dat het lichaam en de ziel elkaar aanvullen, want de ziel brengt leven en zegen aan het lichaam, terwijl het lichaam de ziel een manier biedt om zich uit te drukken. Daarom zijn wij op Shabbat geboden om van onszelf te genieten, zowel fysiek als spiritueel, door Tora-studie en gebed en door feestelijke maaltijden en slaap (zie 2:5 hieronder).
Ook andere krachten in de wereld vinden vrede op Shabbat. Door de week lijkt het alsof iedereen wedijvert en strijdt om geld, eer en bewondering, en de winst van de een is het verlies van de ander. Dit leidt tot een wereld van twist, waarin de slechten, zij die Israël haten, succes hebben. Maar op Shabbat wordt geopenbaard dat alles streeft naar eenheid; de krachten die verdelend lijken, zijn in werkelijkheid aanvullend en kunnen elkaar zelfs bevruchten. Samen verlangen zij allen naar God, hun levensbron. De slechten die zich aan het kwaad vastklampen en die succesvol lijken wanneer men ze met alledaagse ogen bekijkt, zijn er in feite alleen om de rechtvaardigen te inspireren, en wanneer zij hun taak voltooien, verdwijnen zij uit de wereld. Dit is de lofzang die door de zevende dag wordt gezongen:
Een psalm. Een lied; voor de dag van Shabbat:
Het is goed de Eeuwige te loven, lofzangen te zingen voor Uw naam, o Allerhoogste; om Uw goedertierenheid te verkondigen bij het aanbreken van de dag, en Uw trouw elke nacht.
Met een tiensnarige harp en met een luit, met stem en lier tezamen.
Want U hebt mij verblijd door Uw daden, o Eeuwige; ik juich van vreugde om het werk van Uw handen.
Hoe groot zijn Uw werken, o Eeuwige, hoe zeer verheven Uw gedachten! Een redeloos mens kan het niet weten, en een dwaas kan dit niet begrijpen: ook al schieten de slechten op als gras, ook al bloeien alle kwaaddoeners, het is slechts opdat zij voor eeuwig vernietigd zullen worden.
Maar U bent verheven, o Eeuwige, voor altijd.
Voorwaar, Uw vijanden, o Eeuwige, voorwaar, Uw vijanden zullen vergaan, en alle kwaaddoeners worden verstrooid.
U verheft mijn hoorn hoog als die van een wilde os; ik ben gedrenkt in verfrissende olie. Ik zal de nederlaag zien van mijn loerende vijanden. Hoor van de ondergang van de slechten die mij belagen.
De rechtvaardigen bloeien als een dadelpalm; zij gedijen als een ceder in de Libanon. Geplant in het huis van de Eeuwige, bloeien zij in de voorhoven van onze God. Op hoge leeftijd dragen zij nog vrucht; zij zijn vol sap en frisheid, en verkondigen dat de Eeuwige oprecht is, mijn Rots, in wie geen onrecht is. (Tehilim 92)
Ware vrede heeft dus twee componenten. De eerste is dat vrede aan elke kracht en elk streven zijn unieke en passende plaats geeft, en zo elk van hen in staat stelt een verfijning te bereiken die aantoont dat geen van hen kwaad is of in strijd is met de andere. De tweede is dat zelfs zuiver kwaad een doel heeft: het inspireren van de krachten van het goede. Zodra het goede is gewekt, voltooit het kwaad zijn missie en verdwijnt. Er is geen reden om pijn te voelen over het bestaan van kwaad, want ook dit heeft een bestemming te vervullen binnen Gods plan.
De Zohar stelt:
De wereld blijft alleen voortbestaan dankzij vrede. Toen God de wereld schiep, kon zij niet bestaan totdat Hij haar met vrede vervulde. Wat is deze vrede? Het is Shabbat, die vrede brengt tussen de hemelse en aardse sferen. Pas toen kon de wereld bestaan. (III 176:2)
De Zohar stelt voorts dat men er zeer voor moet waken de heiligheid van Shabbat niet aan te tasten door ruzies. Wie verdrietig is, moet trachten deze stemming op Shabbat te overwinnen. Als men in onmin is met zijn vrouw of met iemand anders, is Shabbat de tijd voor verzoening (Tikkunei Zohar 57:1).
Het aansteken van de Shabbat-kaarsen symboliseert deze vredigheid. Wanneer iemands huis donker is, struikelt hij, zelfs als het opgeruimd is, in het donker rond om zijn spullen te vinden. Hij stoot tegen dingen aan en struikelt erover, totdat hij het gevoel heeft dat al zijn meubels en bezittingen tegen hem hebben samengespannen. Maar wanneer hij een kaars aansteekt, ziet hij dat alles op zijn plaats staat, klaar om hem te helpen. Dit zinspeelt op onze positie in de wereld. Zolang wij ver van God en goddelijke idealen verwijderd zijn, struikelen wij in het donker rond, en lijkt de hele wereld in onmin en verdeeld, met de slechten aan de macht. Maar zodra wij het licht van Shabbat verdienen, dat het volmaakte geloof openbaart, zien wij hoe ieders verschillende vermogens elkaar aanvullen, en gaat het kwaad in rook op (zie hieronder 4:1).
De Zohar stelt dat met de openbaring van het volmaakte geloof in de ene en enige God, die Shabbat tot uitdrukking brengt, de vreugde in alle werelden vermenigvuldigd wordt, en dat er vrede is in de bovenste en de onderste sferen. Elke Jood wordt een neshama yeterah (extra ziel) en allerhoogst genot geschonken. Zelfs de slechten die tot de Hel zijn veroordeeld, krijgen op Shabbat een verpozing van hun straf, als zij Shabbat eerden toen zij nog leefden (Zie Zohar I 48:1; II 88:2, 151:1, 205:1; III 94:2, 176:2, 273:1).