Shabbat · 05. Tora-studie en gebed op Shabbat

11. Shabbat-gebeden

De Amida op Shabbat bestaat uit zeven berakhot. De bewoording van de eerste en de laatste drie berakhot is identiek aan die van de doordeweekse versies, maar in plaats van de dertien berakhot in het midden zeggen wij één bijzondere berakha die betrekking heeft op de heiligheid van Shabbat. Daarin smeken wij God dat Hij onze rust als welgevallig beschouwt en ons heiligt met Zijn geboden. Wij besluiten deze berakha met "Gezegend zijt Gij, o Eeuwige, Die Shabbat heiligt" ("mekadesh ha-Shabbat"). De inleiding op deze Shabbat-berakha werd door de Wijzen voor elk van de gebedsdiensten van Shabbat anders geformuleerd. Bij Ma'ariv is het "Ata Kidashta" ("Gij hebt geheiligd"), "Yismaĥ Moshe" ("Moshe verheugde zich") bij Shaĥarit, en Ata Eĥad ("Gij zijt één") bij Minĥa. Iemand die in de war raakte en de verkeerde berakha zei – bijvoorbeeld, hij gebruikte de Minĥa-bewoording tijdens Ma'ariv – heeft aan zijn verplichting voldaan, aangezien de centrale berakhot van alle drie de gebeden gemeenschappelijke thema's en bewoordingen delen (SA 268:6; MB ad loc. 14).

Strikt genomen zou men op Shabbat alle berakhot kunnen zeggen die men gewoonlijk doordeweeks zegt, en gewoon een bijzondere berakha voor Shabbat toevoegen. Niettemin wilden de Wijzen Shabbat eren en vermijden dat zij het volk met langdurige gebeden zouden belasten (Berakhot 21a). Bovendien is het niet passend om op Shabbat verzoeken te doen, aangezien deze iemand verdriet zouden kunnen bezorgen (Tanĥuma; Rashi; Rambam). Daarom hebben de Wijzen de middelste berakhot van Shabbat van dertien tot één teruggebracht. Als iemand echter per ongeluk de berakhot van de doordeweekse Amida begon te zeggen, en zich dan midden in een van de berakhot herinnerde, dient hij de berakha af te maken en daarna over te gaan op de Shabbat-bewoording. Aangezien de doordeweekse berakha nog steeds relevant is, en hij er al mee begonnen is, is het juist dat hij haar afmaakt (SA 268:2). Als hij een fout maakte en niet de berakha over Shabbat zei, kan hij, zolang hij de Amida niet heeft afgemaakt, teruggaan naar de Shabbat-berakha en van daaruit verder gaan tot het einde van de Amida. Als hij echter de Amida reeds heeft afgemaakt, moet hij, zelfs als hij nog niet achteruit is gestapt, de Amida vanaf het begin herhalen (ibid. 5).

De Wijzen hebben ook een aanvullende gebedsdienst op Shabbat ingesteld – Musaf – overeenkomstig de extra offers die op Shabbat in de tijd van de Tempel werden gebracht. Ook in deze Amida zijn de eerste drie en de laatste drie berakhot dezelfde als die van elke Amida, maar in het midden is er een bijzondere berakha over het Musaf-offer en de heiligheid van Shabbat.[5]


[5]. Als iemand tijdens Musaf per ongeluk de doordeweekse berakhot begon te zeggen, en zich dan herinnerde dat hij Musaf moet bidden, dan dient hij, ook al menen sommigen dat hij de berakha moet afmaken, dit niet te doen. Hij dient juist onmiddellijk te stoppen, omdat die berakhot niet relevant zijn voor Musaf (SA 265:2; MB ad loc. 5).

Als hij tijdens het bidden van de Amida het woord "ata" begon te zeggen met de bedoeling verder te gaan met de berakha van "Ata Ĥonen", maar zich dan herinnerde dat het Shabbat was, wat moet hij dan doen? Als hij de Amida van Ma'ariv of Minĥa op Shabbat-dag aan het bidden was, waarvan de Shabbat-berakhot eveneens met het woord "ata" beginnen, dient hij verder te gaan met de juiste Shabbat-bewoording. Maar als hij Shaĥarit aan het bidden was, dient hij, aangezien hij de bedoeling had een doordeweekse berakha te beginnen en dit ook inderdaad deed, de berakha van Ata Ĥonen af te maken. Niettemin dient hij, zelfs in Shaĥarit, als hij "ata" verstrooid zei, zichzelf te corrigeren en verder te gaan met de juiste berakha, Yismaĥ Moshe, aangezien hij in theorie aan zijn verplichting zou voldoen als hij tijdens Shaĥarit zou doorgaan met Ata Kidashta van Ma'ariv of Ata Eĥad van Minĥa (SA 265:3; MB ad loc. 6; Ben Ish Ĥai, Jaar 2, Toldot 10).