Shabbat · 22. De geest van Shabbat
02. Zaken
Men mag op Shabbat geen handel drijven. Wie zijn winkel opent en op Shabbat koopt en verkoopt net zoals hij dat doordeweeks doet, doet afbreuk aan een Tora-gebod. Dit verbod geldt zelfs als hij er nauwgezet op let geen van de 39 melachot te overtreden. De Tora gebiedt dat Shabbat een "shabbaton" moet zijn (Shemot 31:15), een volledige staking. Wie in zijn winkel zaken doet, rust niet (Ramban, Vayikra 23:24; Ritva; Ĥatam Sofer). Neĥemia werd met dit probleem geconfronteerd toen hij in Jeruzalem aankwam en ontdekte dat mensen op Shabbat een marktdag hielden. Hij verhaalt:
Tyriërs (kooplieden) die daar woonden, brachten vis en allerlei koopwaar en verkochten die op Shabbat aan de Judeeërs in Jeruzalem. Ik berispte de edelen van Juda en zei tegen hen: "Wat is dit voor een kwaad dat gij doet, door de Shabbat-dag te ontheiligen! Dit is juist wat uw voorvaderen deden, en daarom bracht God al dit onheil over deze stad; en nu geeft gij aanleiding tot verdere toorn tegen Israël door Shabbat te ontheiligen!" (Neĥemia 13:15-18)
Als gevolg daarvan begonnen de kooplieden hun waren op Shabbat buiten de stadsmuren te verkopen. Als reactie hierop gebood Neĥemia dat de poorten van de stad gedurende Shabbat gesloten zouden worden. "Eens of tweemaal overnachtten de kooplieden en de verkopers van allerlei koopwaar buiten Jeruzalem, maar ik waarschuwde hen en zei: 'Wat bedoelt gij met overnachten langs de muur? Als gij dit nogmaals doet, zal ik de hand aan u slaan!' Vanaf toen kwamen zij niet meer op Shabbat" (ibid. 19-21).
Het Tora-verbod op handel geldt voor wie regelmatig op Shabbat zaken doet. Wie echter incidenteel op Shabbat koopt of verkoopt, overtreedt nog steeds de woorden van de profeten, zoals Yeshayahu zei: "indien gij die eert, en niet uw eigen weg gaat, noch naar uw zaken omziet, noch erover spreekt" (58:13), en de Wijzen legden dit uit als betekenend dat men zich op Shabbat niet met alledaagse aangelegenheden zou moeten bezighouden (Shabbat 113a).
Opgemerkt moet worden dat die verzen geen verbod vastleggen op kopen en verkopen omwille van een mitswa. Niettemin verboden de Wijzen als waarborg alle zakelijke transacties, zelfs in dienst van een mitswa, uit bezorgdheid dat men zou kunnen schrijven (Rashi en Tosafot, Beitza 37a; MB 306:11). De enige uitzondering op dit verbod is de mitswa van het bewonen van het land Israël, waarvoor men op Shabbat land mag kopen van een niet-Jood. De niet-Jood zou het contract moeten schrijven en het geld zelf moeten aannemen (SA 306:11; Eliya Rabba ad loc. 22; Mor U-ketzi'a; in tegenstelling tot MA ad loc. 19; zie hierboven 9:12).
Sommigen zijn streng en verkopen geen aliyot op Shabbat, vanwege het verbod om op Shabbat zaken te doen. Velen zijn echter gewoonlijk soepel, en zij hebben gronden voor hun soepelheid. Dit komt doordat er in dit geval geen verwerving (kinyan) of betaling op Shabbat plaatsvindt, en het op zich nemen van de verplichting om voor de aliyot te betalen wordt geacht omwille van een mitswa te zijn (MB 306:33; Yeĥaveh Da'at 2:41). Als de inkomsten van de synagoge uit deze praktijk echter minimaal zijn, is het ongepast soepel te zijn en de tijd van de gemeente te verspillen.