Shabbat · 01. Inleiding

04. De uniciteit van Israël en Shabbat

Shabbat openbaart de bijzondere band tussen God en Israël, zoals geschreven staat:

Niettemin zult u Mijn Shabbatot onderhouden, want het is een teken tussen Mij en u door de generaties heen, opdat u weet dat Ik, de Eeuwige, u heilig heb gemaakt. U zult Shabbat onderhouden, want hij is heilig voor u…. Het volk Israël zal Shabbat onderhouden, Shabbat in acht nemend door de generaties heen als een eeuwig verbond; het zal voor altijd een teken zijn tussen Mij en het volk Israël dat de Eeuwige in zes dagen hemel en aarde maakte, en op de zevende dag het werk staakte en op verhaal kwam. (Shemot 31:13-17)

De Wijzen berichten dat "God tot Mosje zei: 'Ik heb een prachtig geschenk in Mijn schatkamer, en de naam ervan is Shabbat. Ik wil het aan Israël geven. Ga en stel hen daarvan op de hoogte'" (Beitza 16a). Zij stellen verder: "Alle mitswot die God aan Israël gaf, werden in het openbaar gegeven, behalve Shabbat, die in beslotenheid werd gegeven, zoals er staat: 'het zal voor altijd een teken zijn tussen Mij en het volk Israël'" (ibid.). Vervolgens werpen zij een vraag op: Bevindt de mitswa van Shabbat zich niet onder de Tien Geboden, die zeer openlijk werden gegeven? Zij antwoorden dat de ware, innerlijke betekenis van Shabbat, die de goddelijke aard van de wereld openbaart, iets is dat niet in het openbaar kan worden geopenbaard. Het is iets bijzonders dat verbonden is met de bijzondere band tussen God en de Joden. In hun woorden: "God geeft mensen een neshama yeterah [lett. "verruimde ziel"] vóór Shabbat, en na Shabbat trekt Hij die weer van hen terug" (ibid.). Door middel van deze neshama yeterah zijn de Joden in staat de goddelijke betekenis van de wereld en hun bijzondere rol daarin te bevatten.

Dit verklaart de uitspraak van de Wijzen: "Een niet-Jood die Shabbat onderhoudt, verdient de doodstraf" (San. 58b). Zij stellen verder:

Zou in de menselijke samenleving, wanneer een koning en een edelvrouwe zitten en met elkaar spreken, iemand die hen onderbreekt niet de dood verdienen? Evenzo is Shabbat iets dat door de Joden en God wordt gedeeld, zoals [de Schrift] stelt: "tussen Mij en het volk Israël." Daarom verdient een niet-Jood die zich tussen hen dringt voordat hij de besnijdenis ondergaat, de dood. (Devarim Rabba 1:21; zie Harĥavot 25:1)

Om de grote liefde van de Joden voor Shabbat tot uitdrukking te brengen, die is als die van een koninklijke bruid aan de zijde van haar bruidegom, bestaat er een Joods gebruik om vóór zonsondergang op vrijdag naar buiten te gaan om Shabbat te begroeten, net zoals men naar buiten gaat om een geëerde gast te begroeten. De Gemara vertelt ons dat R. Ĥanina zijn beste kleren aantrok en Shabbat begroette met de uitroep: "Laten wij gaan en de Shabbat-koningin begroeten." R. Yannai droeg zijn mooiste kleren en begroette Shabbat met de woorden: "Welkom, o bruid; welkom, o bruid." Dit inspireerde R. Shlomo Alkabetz' schitterende gedicht Lekha Dodi: "Ga, mijn geliefde (Israël), om de bruid te begroeten; laten wij Shabbat begroeten."