Shabbat · 16. Mav'ir en Mekhabeh

08. Een vuur doven om te voorkomen dat mensen gewond raken

Zoals wij gezien hebben (paragraaf 5), overtreedt iemand die een vuur dooft volgens de meeste poskim slechts een rabbijns verbod. Alleen iemand die een vuur dooft om houtskool te produceren, doet dit le-tzorekh gufo. Wanneer iemand een vuur dooft om te voorkomen dat er schade ontstaat, is hij niet geïnteresseerd in de handeling van het doven, maar in het scheppen van een situatie waarin het vuur weg is. Dienovereenkomstig wordt dit beschouwd als een melakha she-eina tzerikha le-gufah.

Daarom stonden de Wijzen, ook al hielden zij eraan vast dat men een vuur niet mag doven om bezittingen te redden, toe een vuur te doven dat de mogelijkheid heeft massaal letsel te veroorzaken. Als er bijvoorbeeld een brandende sintel in een openbaar domein ligt, waardoor veel mensen schade dreigen op te lopen, mag men deze verwijderen, ook al is hij muktzeh. Als het onmogelijk is hem te verplaatsen, stonden de Wijzen toe hem te doven om schade aan het publiek te voorkomen, ook al is er geen gevaar voor mensenlevens. In Israël mag men echter de brandweer niet bellen, want hun rit gaat gepaard met Tora-verboden, en men mag de Tora-wet niet overtreden om mogelijke schade te voorkomen die geen mogelijk verlies van mensenlevens met zich meebrengt. In de Diaspora, waar brandweerlieden niet-Joden zijn, mag men de brandweer wel bellen, aangezien dit slechts de overtreding van een rabbijns verbod met zich meebrengt (SA 334:27; zie hieronder 27:16).

Samenvattend hebben wij drie situaties besproken waarin men een vuur rechtstreeks of indirect mag doven:

  1. In een situatie van gevaar voor mensenlevens is het een mitswa om al het mogelijke te doen om levens te redden.

  2. In een situatie waarin er gevaar voor schade aan het publiek is, mag men het vuur doven (aangezien de Wijzen in zo'n geval geen rabbijnse regels toepasten), maar men mag daarvoor nog steeds geen Tora-verboden overtreden.

  3. In een situatie waarin er financieel verlies is, maar geen dreiging van lichamelijke schade aan mensen, mag men het vuur niet doven. Niettemin mag men dat via grama doen. Men mag ook een niet-Jood ertoe aanzetten het vuur te doven.