Shabbat · 13. Melachot met betrekking tot kleding

13. Kosheir en Matir

De melacha van Kosheir verwijst naar het samenbinden van dingen door ze vast te knopen, terwijl Matir verwijst naar het scheiden van dingen door deze verbinding ongedaan te maken. Anders dan Tofer, dat verwijst naar het samenvoegen van zachte dingen en het verenigen ervan, en anders dan Boneh, dat verwijst naar het samenvoegen van harde dingen en het verenigen ervan, verwijst Kosheir naar het verbinden van dingen zonder ze werkelijk samen te voegen en tot één geheel te integreren.

Zoals we hebben gezien (9:2), hebben alle melachot die op Shabbat verboden zijn hun wortels in een melacha die nodig was om de Mishkan op te richten. Dit geldt ook voor Kosheir en Matir. Het was nodig om de draden van de gordijnen die tijdens het weven werden afgesneden in knopen vast te knopen. Bovendien was het nodig om knopen te leggen om netten klaar te maken voor het vangen van slakken. Deze slakken leverden tekhelet om de draden van de gordijnen te verven. Als een net een draad miste, was het soms nodig om de knopen van een ander net los te maken en er een draad uit te halen (Shabbat 74b). (In y. Shabbat 15:1 zijn de Amora'im het oneens of het vastknopen van de gordijnen van de Mishkan aan de tentpinnen door de Tora verboden was.)

Er zijn vier soorten knopen:

  1. Een sterke en duurzame knoop die nooit bedoeld is om te worden losgemaakt. Het leggen van zo'n knoop is door de Tora verboden. Voorbeelden van dit soort knoop zijn de knopen van tefilin en de knopen van tzitzit. Men dient erop te letten dat men tzitzit-knopen op Shabbat niet aantrekt.

  2. Een knoop met een element van bestendigheid, zoals een knoop die men van plan is een week intact te laten. Het leggen van zo'n knoop is rabbijns verboden. Evenzo heeft een vakkundige knoop, gelegd door een ambachtsman, ook als die bedoeld is om minder dan een week te blijven zitten, een element van bestendigheid, en de Wijzen verboden om die op Shabbat te leggen.

  3. Een tijdelijke knoop, die bedoeld is om minder dan een week te blijven zitten en geen vakkundige knoop is. Men mag zo'n knoop op Shabbat leggen.

  4. Knopen die zo zwak zijn dat ze niet eens als knopen worden gecategoriseerd. Voorbeelden zijn een enkele knoop en een strikknoop (het soort dat gebruikt wordt om schoenveters te binden). Men mag zulke knopen gebruiken om dingen samen te binden, zelfs voor langere tijd.

De wetten van het losmaken van knopen lopen parallel met die van het leggen ervan. Als het leggen van een bepaald soort knoop door de Tora verboden is, is ook het losmaken ervan door de Tora verboden; als het leggen ervan rabbijns verboden is, dan is dat het losmaken ervan ook. Als men die mag leggen, mag men die ook losmaken. Een knoop die men in principe mag losmaken maar die in de praktijk moeilijk los te maken is, mag worden doorgesneden. Men dient dit echter niet te doen in het bijzijn van een onwetend persoon, die ertoe zou kunnen komen dingen toe te staan die verboden zijn (MB 317:7).[10]


[10]. De Misjna (Shabbat 111b) en Gemara (112a) beschrijven drie soorten knopen. Het eerste soort, dat een kameeldrijversknoop en een zeemansknoop omvat, is door de Tora verboden. Het tweede soort knoop is rabbijns verboden, en het derde soort is toegestaan. Er zijn twee standpunten onder de Rishonim met betrekking tot de definities van deze soorten knopen. Het eerste standpunt, naar voren gebracht door Rashi, Rosh, Sefer Ha-Teruma, Smag, Smak, Roke'aĥ, Or Zaru'a en anderen, meent dat een blijvende knoop door de Tora verboden is. Als die bedoeld is om gedurende een middellange tijd te blijven zitten, is die rabbijns verboden; en als die bedoeld is om gedurende korte tijd te blijven zitten is die toegestaan. Een middellange hoeveelheid tijd verwijst, volgens Mordechai en Tur, naar een week of minder. Kol Bo en Hagahot Maimoniyot houden vol dat een middellange hoeveelheid tijd 24 uur is, terwijl minder dan dat een korte tijd is. Een blijvende knoop is, volgens de meeste poskim (waaronder Shibolei Ha-leket, Yere'im, Rivash, Taz, SAH en MB), er een die bedoeld is om voor altijd te blijven zitten. Vrijwel alle poskim zijn het hiermee eens. (Rabbeinu Yeruĥam meent dat een half jaar voldoende is om als blijvend te worden beschouwd, terwijl Rabbeinu Peretz zegt dat zelfs acht dagen als blijvend telt; zie Menuĥat Ahava 3:14:4.)Het tweede standpunt, naar voren gebracht door Rabbeinu Ĥananel, Rif, Rambam, Rivash en SA 317:1, meent dat als een knoop een ambachtsman vereist om die te leggen en blijvend is, die door de Tora verboden is. Als het een ambachtsmansknoop is maar die niet blijvend is, of als die blijvend is maar door een leek gemaakt kan worden, is die rabbijns verboden. Als het een leekenknoop is en onbestendig, dan is die, zelfs als men van plan is die voor langere tijd te laten zitten, toegestaan. Zo wordt het tweede standpunt begrepen volgens de meeste Aĥaronim (Pri Megadim; Maĥatzit Ha-shekel; BHL s.v. "she-eino"). Volgens Shiltei Giborim en Tehila Le-David 317:1 zouden Rif en Rambam het er echter mee eens zijn dat het rabbijns verboden is als de knoop voor een middellange hoeveelheid tijd bedoeld is, ook al is het geen ambachtsmansknoop.

Het komt erop neer dat het, aangezien dit beide belangrijke standpunten zijn, juist is om ze allebei te volgen, zelfs in een geval van twijfel over een rabbijnse wet. Daarom heb ik beide standpunten in de hoofdtekst opgenomen. Indien nodig mag men echter, zolang de twijfel een rabbijnse wet betreft, soepel zijn. Wanneer er een aanvullende reden is om soepel te zijn, dan mag men soepel zijn zelfs als het geen tijd van nood is, en alleen degenen die bijzonder nauwgezet zijn zouden dan nog streng zijn.

Er zijn twee gevallen die twistpunten vormen tussen de twee standpunten:

  1. a) Een ambachtsmansknoop die gemaakt is om slechts korte tijd te blijven zitten (hetzij minder dan 24 uur, hetzij minder dan een week). Volgens Rif en Rambam is dit rabbijns verboden; terwijl het volgens Rashi en Rosh toegestaan is. Aangezien we echter proberen beide standpunten te volgen, zijn we in dit geval streng.
  2. b) Een leekenknoop die gedurende een middellange hoeveelheid tijd zal blijven zitten. Volgens Rashi en Rosh is dit rabbijns verboden; terwijl het volgens Rif en Rambam (in de manier waarop de meesten hen begrijpen) toegestaan is. Aangezien in elk geval sommigen menen dat tot een week als korte termijn wordt beschouwd volgens Rashi en Rosh, kan een leekenknoop die bedoeld is om minder dan een week te blijven zitten worden toegestaan. Als die echter bedoeld is om een week of langer te blijven zitten, dient die niet te worden toegestaan, aangezien dit de mening van de meeste poskim is. Immers, volgens Rashi en Rosh is het zeker verboden, en sommigen menen dat het zelfs volgens Rif en Rambam verboden is (Shiltei Giborim; Tehila Le-David).

Op basis van het begrip van Levush 317:3 is er nog een soepelheid voor knopen. Als een ambachtsman een leekenknoop heeft gelegd met de bedoeling dat die tijdelijk zou zijn, maar die voor langere tijd is blijven zitten, mag die worden losgemaakt. Laten we bijvoorbeeld zeggen dat een schoenmaker een paar schoenen repareert en ze samenbindt om ze als paar bijeen te houden totdat de eigenaar ze komt ophalen, maar de eigenaar komt langere tijd niet. Hoewel de knoop feitelijk een middellange hoeveelheid tijd blijft zitten, mag men die volgens Levush losmaken. Taz en SAH zijn echter streng. Het lijkt erop dat SA 317:3 en MB ad loc. 21 het met Levush eens zouden zijn. Dit is omdat het tijdelijke karakter van de knoop volkomen duidelijk is. Het is alleen omdat de eigenaars niet zijn gekomen om de schoenen op te halen dat die nog niet is losgemaakt. Die wordt niet eens gebruikt om de schoenen rond te dragen. Bovendien is het hele meningsverschil tussen Taz en SAH enerzijds en Levush anderzijds alleen relevant voor het standpunt van Rashi en Rosh. Rif en Rambam menen daarentegen dat er, wanneer een leekenknoop gemaakt is om een middellange hoeveelheid tijd te blijven zitten, geen verbod is op het leggen of losmaken ervan. De aanvaarde beslissing volgt Levush, zoals SSK hfst. 9 n. 60 stelt.

In de praktijk zijn, hoewel de principes van Kosheir en Matir welomschreven zijn, onzekerheden ontstaan met betrekking tot veel knopen die tegenwoordig gangbaar zijn. Daartoe behoren vragen over de vraag of bepaalde knopen als ambachtsmansknopen of leekenknopen beschouwd dienen te worden, en of bepaalde soorten knopen überhaupt als knopen worden beschouwd, zoals in de volgende alinea in de hoofdtekst wordt uitgelegd. In elk geval is de halacha gebaseerd op afweging van alle meningen en onzekerheden.