Shabbat · 13. Melachot met betrekking tot kleding
02. Melachot met betrekking tot kleding
Er zijn 13 melachot betrokken bij het maken van kleding (m. Shabbat 7:2):
Gozez Tzemer (wol scheren; de wetten met betrekking tot deze activiteit zullen hieronder in 14:1 worden uitgelegd): als er planten worden gebruikt om de kleding te maken, dan mag men de planten niet plukken vanwege het verbod op oogsten (hieronder 19:6).
Melaben (wassen): dit omvat het verwijderen van vuil en olie uit de wol (zoals hieronder in de paragrafen 3-8 wordt uitgelegd).
Menapetz (wol kammen): door de wol te kammen wordt het gemakkelijker om de wol tot draden te vormen. Wie de pezen van een dier slaat om daar draden van te maken, overtreedt een tolada van deze melakha.
Tzove’a (verven): dit houdt in dat men wol doordrenkt met verf om er gekleurde draad en kleding van te maken (hieronder 18:5).
Toveh (spinnen): dit is het vormen van draden uit ruwe wol. Evenzo overtreedt wie draad maakt uit grondstoffen zoals vlas, deze melakha.
Nu komen wij aan bij de melachot die betrekking hebben op het omzetten van afzonderlijke draden tot één weefsel. In de regel wordt stof gemaakt uit draden die in de lengterichting lopen (de "schering") en draden die in de breedterichting lopen (de "inslag"). De scheringdraden vormen de basis van de stof, terwijl de inslagdraden daar loodrecht doorheen worden geweven. In het verleden werden handbediende weefgetouwen gebruikt voor het weven. Bij dit proces waren nog enkele melachot betrokken:
Meisekh (scheren/het opzetten van de schering): dit houdt in dat men de scheringdraden op het weefgetouw opzet.
Oseh Shtei Batei Nirin (het maken van twee lussen): om de inslagdraden met de scheringdraden te integreren, moet men eerst het weefgetouw voorbereiden. Verticale koorden ("hevels") met lussen worden opgehangen aan twee frames ("schachten" of "kammen"). Eerst worden de oneven genummerde scheringdraden door de hevels van de ene kam geregen en tussen de hevels van de andere door. Vervolgens wordt het proces herhaald met de even genummerde scheringdraden. Hierdoor kunnen de inslagdraden onder en over die van de schering glijden. Sommigen zeggen dat het verbod inhoudt het vormen van twee lussen om de scheringdraden vast te houden (Tosafot Rid op Shabbat 73a). Anderen houden vol dat alleen wie twee scheringdraden in deze lussen plaatst, deze melakha overtreedt (Rashi, ad loc.).
Oreg Shnei Ĥutin (twee draden weven): dit is wanneer men de inslagdraden met de scheringdraden combineert en zo daadwerkelijk het weefsel creëert.
Potze’a Shnei Ĥutin (twee draden scheiden): dit is het herstellen van het materiaal door draden te verwijderen wanneer er een scheur of onvolkomenheid in het weefsel zit. De melakha van Potze’a omvat het verbod op het uitrafelen van de zoom van een geweven kledingstuk of een verband.
De algemene categorie van het weven verbiedt ook het weven van een mand, net of zeef, evenals het vlechten ("bespannen") van een touwbed. Elk van deze voorwerpen wordt gemaakt met een kruislings patroon, of het nu van draad, touw of teen is (MT 9:16).
Tegenwoordig wordt het weven gedaan met geavanceerdere machines die alle bovengenoemde melachot tegelijk uitvoeren. Wie zo'n machine op Shabbat aanzet, overtreedt al deze melachot tegelijkertijd.
Andere melachot die met het creëren van een kledingstuk verbonden zijn, zijn:
Kosheir (een knoop leggen)
Matir (een knoop losmaken): dit wordt hieronder in de paragrafen 13-15 uitgelegd.
Tofer Shtei Tefirot (twee steken naaien)
Kore’a al Menat Litfor Shtei Tefirot (scheuren om twee steken te naaien): dit wordt hieronder in de paragrafen 10-12 uitgelegd.
De melachot die verbonden zijn met het looien van leer zijn ook verbonden met het maken van kleding, aangezien leer niet alleen wordt gebruikt om perkament te maken, maar ook om kleding en schoenen te maken. Deze melachot zijn Tzad (vangen), Shoĥet (slachten; hieronder 20:6-9), Mafshit (villen), Me’abed (looien), Memaĥek (gladmaken), Mesartet (markeren; hieronder 18:6) en Meĥatekh (snijden; hieronder 15:10).