Shabbat · 09. De principes van de Melachot
07. Kilkul
De Tora verbiedt alleen melakhot waarvan de doeleinden constructief zijn, zoals de “melekhet maĥshevet” van de Mishkan. Daarom heeft iemand die een melakha op een destructieve of ruïneuze wijze (derekh kilkul) verricht, geen Tora-verbod overtreden, maar slechts een rabbijns verbod. Dit is de betekenis van de uitspraak van de Wijzen: “Allen die vernietigen, zijn vrijgesteld” (m. Shabbat 13:3). Telkens wanneer de term patur (vrijgesteld) in Masekhet Shabbat wordt gebruikt, betekent dit dat degene die de handeling verricht, vrijgesteld is van de straf die in de Tora wordt genoemd, maar dat de handeling rabbijns verboden blijft (Shabbat 3a).
Zo overtreedt iemand die scheurt om te naaien een Tora-verbod, terwijl iemand die scheurt zonder de bedoeling te naaien een rabbijns verbod overtreedt (hieronder 13:11); iemand die een huis of voorwerp afbreekt om het op te knappen, overtreedt een Tora-verbod, terwijl iemand die iets afbreekt zonder de bedoeling het te herbouwen een rabbijns verbod overtreedt (hieronder 15:1); iemand die letters uitwist om er andere voor in de plaats te schrijven, overtreedt een Tora-verbod, terwijl iemand die uitwist zonder de bedoeling te schrijven een rabbijns verbod overtreedt (hieronder 18:1); iemand die een vuur ontsteekt om te koken, om warmte of licht te leveren, of omdat hij de as nodig heeft, overtreedt een Tora-verbod, terwijl iemand die een vuur ontsteekt om iets te vernietigen een rabbijns verbod overtreedt (Shabbat 106a; MT 12:1; hieronder 16:1); iemand die een dier doodt voor zijn vlees of huiden, overtreedt een Tora-verbod, terwijl iemand die een dier doodt enkel om destructief te zijn een rabbijns verbod overtreedt. Zo overtreedt iemand die op mieren trapt of muggen doodt een rabbijns verbod, aangezien er niets constructiefs is aan deze handeling (hieronder 20:8).[5]
[5]. Volgens Rambam heeft iemand die wraak neemt op een ander en hem verwondt, een Tora-verbod overtreden; aangezien hij met deze daad zijn kwade neiging tot bedaren heeft gebracht, wordt zij als een productieve activiteit beschouwd. Raavad houdt echter vol dat het verbod, aangezien deze handeling niet werkelijk productief is, slechts rabbijns is (MT 11:1; MB 316:30). Zie Harĥavot 20:9:2 betreffende de destructieve daad van het toebrengen van een wond.