Shabbat · 26. Ma'aseh Shabbat en Lifnei Iver

03. Gevallen waarin het ontlenen van profijt is toegestaan

Het verbod om op Shabbat profijt te ontlenen aan de onbewuste uitvoering van een melacha geldt alleen voor het geval van een melacha die volgens de Tora-wet verboden is. Wanneer daarentegen een rabbijns verboden handeling onbewust werd verricht, mag men er op Shabbat van profiteren. Niettemin heeft het, als het bewust werd gedaan, dezelfde status als een Tora-verbod: men mag er pas na Shabbat van profiteren (MB 318:3 en BHL ad loc.; Yalkut Yosef 318:3). Zo verboden de Wijzen bijvoorbeeld het afzonderen van teruma, ma'aser en ĥalla op Shabbat, omdat het lijkt op tikun (het herstellen of verbeteren) van het gewas. Als men de afzondering op Shabbat onbewust verrichtte, mag het "verbeterde" gewas op Shabbat worden gegeten, maar als hij dit bewust deed, mag het pas na Shabbat worden gegeten (MB 339:25; boven 22:5).

Als men onbewust een elektrisch apparaat zonder verwarmingselement aanzette (bijv. een ventilator, airconditioner of koelkast), heeft wie soepel wil zijn en van het apparaat wil profiteren een opvatting waarop hij zich kan verlaten, aangezien sommigen stellen dat deze handeling niet volgens de Tora-wet verboden is. Als men echter een kachel met metalen verwarmingsspiralen of een gloeilamp met een gloeidraad aanzette, heeft hij beslist een Tora-verbod overtreden. Dus zelfs als het onbewust werd gedaan, mag hij op Shabbat niet van het resultaat van zijn handeling profiteren. In het geval van de kachel moet hij het raam openen of de kamer verlaten om te voorkomen dat hij van de melacha profiteert.[4]

Als men een melacha onachtzaam verrichtte (mitasek), is er geen verbod om er profijt aan te ontlenen, aangezien de melacha geen bedoeling had. Dit geldt zelfs als de melacha volgens de Tora-wet verboden is. Als men bijvoorbeeld verstrooid met zijn hand langs een lichtschakelaar streek of ertegenaan leunde en deze aanzette, mag men er profijt aan ontlenen.

Er is een verschil tussen shogeg en mitasek. Zoals opgemerkt betekent shogeg dat men zich bewust was van zijn handelingen, maar vergat dat het Shabbat was of er niet van op de hoogte was dat deze handeling een verboden melacha op Shabbat is. Toen de Tempel er nog stond, was iemand die een melacha be-shogeg verrichtte verplicht een zondoffer te brengen. Mitasek betekent daarentegen dat men een melacha onachtzaam verrichtte, zonder zich van zijn handelingen bewust te zijn. Zo'n handeling verplichtte degene die haar beging niet tot het brengen van een offer. Aangezien mitasek minder ernstig is dan shogeg, is er geen verbod om te profiteren van wat onachtzaam is gedaan.[5]

Als men echter verstrooid uit gewoonte een lamp aandeed, zoals men de hele week doet wanneer men een kamer binnenkomt, wordt hij als shogeg beschouwd. Hoewel hij niet uitdrukkelijk nadacht over wat hij deed, wordt hij toch als shogeg beschouwd, aangezien de bedoeling van zijn handeling was om de lamp aan te doen, en mag men geen profijt ontlenen aan zijn melacha.


[4]. Zoals we hierboven hebben gezien (17:2 en n. 1), is volgens vele hedendaagse autoriteiten het aanzetten van een elektrisch apparaat zonder gloeidraad of verwarmingselement slechts rabbijns verboden. Hoewel we in de praktijk geneigd zijn streng te zijn en het aanzetten van elektriciteit als een Tora-verbod behandelen, mogen we hier ook rekening houden met de opvatting van degenen die R. Meir volgen. Volgens hem mag men, zelfs als men een Tora-verbod overtreedt, er profijt aan ontlenen zolang het onbewust gebeurde. Dit is de benadering van Yalkut Yosef 318:56.

[5]. Onder degenen die zeggen dat mitasek geen overtreding vormt zijn Leĥem Mishneh (1:5) en Eretz Tzvi §76. Sommigen zijn streng en stellen dat zelfs mitasek een overtreding vormt, en dat men daarom geen profijt mag ontlenen aan een melacha die be-mitasek is verricht (Oneg Yom Tov; Minĥat Barukh). Volgens R. Akiva Eger heeft mitasek in sommige gevallen dezelfde status als shogeg. Niettemin mag men in de praktijk in alle gevallen van mitasek soepel zijn. Ten eerste is het verbod om te profiteren van een melacha die op Shabbat is verricht rabbijns, dus in gevallen van twijfel zijn we soepel. Ten tweede zijn de poskim die R. Meir volgen zelfs in het geval van shogeg toegeeflijk. Dit is ook de opvatting van Az Nidberu 6:17 en Yalkut Yosef 318:23. Zie Orĥot Shabbat 25:4.