Pesach · Hoofdstuk 13
13.04 Wie is Inbegrepen in het Gebruik om te Vasten?
Er zijn twee soorten bechorim, en beiden zijn inbegrepen in dit gebruik, omdat beide soorten bechorim stierven in Egypte. Het eerste type is een bechor van de vader, de bechor die een dubbel deel van de erfenis van zijn vader krijgt. Zelfs als zijn moeder kinderen had van een vorige echtgenoot, of een eerdere miskraam had (en hij daarom niet als de eerstgeborene van zijn moeder wordt beschouwd en niet hoeft te worden vrijgekocht door pidjon ha-ben), is het gebruik van het vasten op hem van toepassing, omdat hij een bechor is voor zijn vader met betrekking tot het erfrecht.
Het tweede type is een bechor van de moeder, de bechor op wie pidjon ha-ben van toepassing is. Volgens het gebruik neemt ook hij deel aan Ta’anit Bechorot, zelfs als zijn vader al kinderen had bij een andere vrouw en hij niet het dubbele deel zal erven. Hij heeft de status van petter rechem (de eerste die uit de baarmoeder van zijn moeder voortkomt). De eerstgeborene van een moeder die via een keizersnede is geboren, mist de status van bechor, zowel met betrekking tot de erfenis als met betrekking tot pidjon ha-ben, en hoeft daarom niet te vasten op Erev Pesach.
Eerstgeboren kohaniem en Levieten nemen ook deel aan het gebruik van het vasten. Hoewel de Thora hen vrijstelt van pidjon ha-ben, zijn zij niettemin bechorim. Een eerstgeboren vrouw hoeft niet te vasten. Hoewel het waar is dat sommige autoriteiten volhouden dat vrouwelijke bechorot ook stierven in Egypte, is het heersende gebruik dat zij niet vasten.
Gebruikelijk vast de vader van een bechor, zelfs als hij zelf geen bechor is, in plaats van zijn zoon totdat de jongen volwassen is. Als de vader ook een bechor is, telt zijn eigen vasten voor zijn zoon, en als hij deelneemt aan een se’oedat mitswa, is hij ook vrijgesteld van het vasten voor zijn zoon.
Wanneer Pesach op Sjabbat valt, is het gebruik om Ta’anit Bechorot twee dagen te vervroegen, naar donderdag.