Pesach · Hoofdstuk 8
01. Matze Asjira ("Eier-matze")
De Chametz die de Thora verbiedt, bestaat uit meel en water. Als meel werd gekneed met vruchtensap – zelfs als het deeg een volle dag staat en rijst – wordt het niet als Chametz beschouwd, aangezien dit soort rijzen anders is dan het type dat door de Thora verboden is. De categorie "vruchtensap" (mei peirot) omvat wijn, honing, melk, olie en ei, naast alle sappen die uit een vrucht geperst zijn, zoals appel- of bessensap. Omdat vruchtensap er niet voor zorgt dat deeg Chametz wordt, mag men dergelijk deeg kneden, bakken en eten op Pesach. Niettemin zou men hiermee niet voldoen aan de mitswa van Matze op de eerste avond van Pesach, omdat de Thora Matze "lechem oni" ("brood van armoede") noemt, terwijl Matze gemaakt van vruchtensap "Matze Asjira" ("rijke matze" – in het Nederlands meestal bekend als eier-matze) is, omdat het meer smaak heeft dan enkel meel en water.
Als er een druppel water vermengd raakt met het vruchtensap, kan het deeg Chametz worden. Bovendien versnelt de combinatie van water en vruchtensap volgens veel Poskim juist het gistingsproces. Om dergelijke twijfels te voorkomen, hebben de Wijzen het verboden om tijdens Pesach deeg te kneden met een mengsel van vruchtensap en water (SA 462:1-3).
Het Asjkenazische gebruik is om het eten van alles wat gemaakt is van deeg gekneed met vruchtensap te verbieden, uit vrees dat er water met het vruchtensap vermengd is geraakt, waardoor het deeg Chametz is geworden. Verder houdt het rekening met de mening van Rasji, die het oneens is met de meeste Risjonim en volhoudt dat vruchtensap alleen al op rabbinaal niveau kan veroorzaken dat iets Chametz wordt. Hoewel het in principe mogelijk is om de coulante uitspraak van de grote meerderheid van de Poskim te volgen, is het Asjkenazische gebruik, dat niet veranderd mag worden, desondanks strikt, behalve in het geval van ouderen en zieken, waar het gebruikelijk is om coulant te zijn (Rema 462:4). Tegenwoordig oordelen veel Sefardische Poskim ook strikt, omdat bekend is dat er gewoonlijk water en andere ingrediënten aan vruchtensap worden toegevoegd, wat de waarschijnlijkheid vergroot dat de eier-matze Chametz is geworden (R. Mordechai Eliyahu). [1]
Voetnoten:
[1]. Er zijn twee sugyot die op deze kwestie betrekking hebben: de eerste is of meel vermengd met vruchtensap Chametz kan worden, en de tweede is of men, in een geval waarin water aan het deeg is toegevoegd, het deeg mag kneden terwijl men er voorzichtig mee is dat het geen Chametz wordt. De eerste kwestie heeft betrekking op de wet dat "vruchtensap geen Chametz veroorzaakt" (Pesachim 35a). Volgens Rasji en degenen die het met hem eens zijn, kan een mengsel van meel en vruchtensap Chametz Noeksje worden, wat rabbinaal verboden is. De meeste Risjonim houden vol dat meel vermengd met enkel vruchtensap nooit Chametz wordt, maar als er enig water in het mengsel terechtkomt, kan het mengsel Chametz worden. Er is een geschil over de ernst van deze Chametz: volgens de Rambam is het Chametz Gamoer, en volgens Rabbeinu Tam is het Chametz Noeksje. Pri Megadim stelt dat iedereen het erover eens is dat het Chametz Gamoer wordt wanneer het merendeel van de vloeistof in het mengsel water is (BHL 462:2 s.v. "memaharim"). Zie Berur Halakha ad loc. en Matza Ashira (Alba) 5:7-8.
De tweede sugya, in Pesachim 36a, betreft een tannaïtisch geschil over Matze Asjira op Pesach. Volgens de Rif en de Rambam volgt de halacha R. Akiva dat het toegestaan is om meel te kneden in een mengsel van vruchtensap en water, mits men de voorzorg neemt om te voorkomen dat het mengsel Chametz wordt, net zoals men dat zou doen met een standaard meel-watermengsel. Dit is ook de mening van R. Natronai Gaon en de Me'iri. Daartegenover houden veel Risjonim vol dat men meel niet moet kneden met vruchtensap en water, omdat het sneller in Chametz verandert dan meel en water, maar zij verschillen van mening over wat te doen be-di'avad. Volgens R. Hai Gaon en de Behag volgt de halacha Rabban Gamliel dat men verplicht is het gekneede deeg te verbranden. Volgens Rabbeinu Chananel, Ritz Gi'at en de Rosj volgt de halacha de Wijzen dat als men het deeg zeer snel bakt, het toegestaan is om het te eten. Dit is de uitspraak van SA 462:2.
Het Asjkenazische gebruik is om strikt te zijn uit bezorgdheid voor de mening van Rasji en degenen die het met hem eens zijn, die volhouden dat meel en vruchtensap alleen al Chametz kunnen worden, of uit bezorgdheid dat er wat water met het vruchtensap vermengd zal raken. De parameters van wat als water en wat als vruchtensap wordt beschouwd, worden besproken in SA 462:3 en 7 en §466 (en zie het lemma "Chametz" in de Encyclopedia Talmudit, pp. 89-99). Wat betreft het Sefardische gebruik: R. Mordechai Eliyahu was gedurende lange tijd tegenstander van het koosjer verklaren van Matze Asjira voor Pesach, uit vrees dat het vruchtensap vermengd is met water of stoffen die de status van water hebben, zoals een middel dat het deeg doet rijzen. (Er zijn ook gronden om dit te verbieden omdat het een actie katalyseert die lijkt op rijzen, zoals uitgelegd in Pesachim 28a, in het commentaar van Maharam Chalawa, en in Matza Ashira, p. 178.) In de loop der tijd werd duidelijk dat zijn bezorgdheid terecht was, en er worden water en af en toe zelfs middelen die het deeg doen rijzen aan vruchtensap toegevoegd. Desondanks oordelen sommige autoriteiten coulant; volgens hen veroorzaken deze rijsmiddelen niet dat het deeg Chametz wordt. Deze uitspraak verschijnt in Yabi'a Omer 9:42 en Shema Shlomo 4:13-17. Echter, volgens veel autoriteiten zijn deze middelen verboden door de Thora, of tenminste rabbinaal, en daarom verbieden zij Sefardiem om in de fabriek geproduceerde Matze Asjira te eten op Pesach.