Pesach · Hoofdstuk 6
03. Voor Wie is de Chametz-verkoop Tegenwoordig Bedoeld?
In de afgelopen generaties zijn er nieuwe opslagmethoden geïntroduceerd waardoor we voedingsproducten gedurende lange perioden kunnen bewaren. Als gevolg hiervan zijn voedselproducenten en handelaren voortdurend in het bezit van grote voorraden voedsel, en moeten zij hun Chametz vóór Pesach verkopen om de waarde van hun voorraad niet te verliezen. Bovendien, als voedselproducenten er een punt van zouden maken om hun volledige voorraad vóór Pesach op te maken, zou het dagen en zelfs weken duren om hun producten weer aan te vullen en op de markt te brengen. Naast het verlies dat het zou veroorzaken aan producenten en handelaren, zou het ongemak veroorzaken voor degenen die in de weken na Pesach geen Chametz-producten zouden kunnen kopen. Daarom verkopen fabriekseigenaren, voedselketens en winkels al hun Chametz vóór Pesach aan een niet-Jood, en zodra Pesach voorbij is, kopen ze het weer terug en brengen ze het opnieuw op de markt.
In principe mag iedereen zijn Chametz aan een niet-Jood verkopen via de Mekhirat Chametz die door zijn plaatselijke rabbijnen wordt georganiseerd. Hij mag dit doen, zelfs als hij slechts een kleine hoeveelheid Chametz wil verkopen – bijvoorbeeld een pak pasta – want zodra het verkocht is, overtreedt de Jood de verboden met betrekking tot Chametz niet meer.
Sommigen zijn streng en geven er de voorkeur aan niet te vertrouwen op Mekhirat Chametz, aangezien het fictief lijkt: de Chametz blijft in het huis van de Jood, de niet-Jood zal het vrijwel zeker niet komen halen, en de Jood begint weer van precies diezelfde Chametz te eten zodra Pesach voorbij is. Volgens deze poskim is het alleen gepast om Chametz te verkopen om een groot verlies te voorkomen; bij een klein verlies zou men zijn Chametz niet moeten verkopen.
Tegenwoordig wordt iedereen geadviseerd om deel te nemen aan Mekhirat Chametz, omdat sommige voedingsproducten en gearomatiseerde medicijnen kleine hoeveelheden Chametz kunnen bevatten, en ze niet vernietigd zouden moeten worden alleen vanwege deze mogelijkheid. Aan de andere kant mogen deze niet worden gehouden omdat ze daadwerkelijk Chametz kunnen bevatten. Daarom is het juiste om ze te verkopen en zo alle twijfel te vermijden. Bovendien menen sommigen dat mensen die aandelen hebben in bedrijven die Chametz bezitten hun aandelen moeten verkopen; de aandelen worden dan samen met de rest van de Chametz verkocht.
Wat betreft Chametz Gamoer (volledige Chametz) is het gebruikelijk om mensen te adviseren geen onbeduidende hoeveelheden Chametz te verkopen, om de verkoop niet voor onbeduidende behoeften te gebruiken. Echter, wanneer er sprake is van aanzienlijk verlies, is het le-khat-chila (van tevoren) toegestaan om de Chametz te verkopen. Ieder persoon moet voor zichzelf beslissen wat hij als een aanzienlijk of klein verlies beschouwt. Er is geen reden om een rabbijn hierover te raadplegen, en er is geen reden om te vragen wat Chametz Gamoer is en wat onzeker is, aangezien de basis-halacha is dat zelfs de verkoop van echte Chametz van geringe waarde toegestaan is.
Omdat de verkochte Chametz in het huis van de Jood blijft, bestaat het risico dat hij vergeet dat het verboden is en het tijdens Pesach opeet. Daarom moet men een afscheiding van ten minste tien Tefachiem hoog (ca. 80 cm) plaatsen om als barrière te fungeren tussen hemzelf en de Chametz, of de Chametz in een kast opbergen en de sleutel verbergen. Men kan de kast ook dichtplakken. Het is het beste om er "verkochte Chametz" op te schrijven, zodat men deze niet per ongeluk opent op Pesach (zie SA 440:2).