Pesach · Hoofdstuk 1

07. Wie de Heilige Dagen Kleineert

In de Misjna Avot (3:11) wordt een belangrijk principe verwoord: "Rabbi Elazar Ha-Moda'i zegt: 'Wie heilige spijzen ontheiligt, wie de heilige dagen kleineert... en wie de Thora uitlegt op een wijze die niet in overeenstemming is met de halacha, heeft – zelfs als hij Thora-studie en goede daden op zijn naam heeft staan – geen deel aan de Komende Wereld.'"

Mijn leraar en rabbijn, R. Tzvi Yehuda Kook, vroeg zich af hoe iemand met Thora-studie en goede daden geen deel aan de Komende Wereld zou kunnen hebben. Bovendien, aangezien de misjna niet specificeert hoeveel studie en goede daden deze persoon heeft, impliceert dit dat zelfs als de persoon een grote Thora-geleerde is en nauwgezet is in de mitswot, hij geen deel heeft aan de Komende Wereld als hij de heilige dagen kleineert.

Rav Tzvi Yehuda beschreef vervolgens een hypothetisch persoon die de traditie respecteert en de halachische vereisten van de Seder nauwkeurig uitvoert, maar alles beschouwt als het resultaat van louter menselijke intelligentie alleen. Hij legt uit dat voor deze persoon het belang van de Pesach en de Seder ligt in de ouders die hun tradities doorgeven aan de volgende generaties, waarbij de morele principes van menselijke vrijheid en een gevoel van missie om de wereld te verbeteren worden overgedragen. De matze is voor hem slechts een manier om het historische bewustzijn van Israël te concretiseren, en de vier bekers wijn voegen alleen een dimensie van vreugde toe. Hoewel al deze mooie ideeën waar zijn, ontbreekt het fundamentele principe: dat God ons koos uit alle volkeren, ons Zijn Thora gaf en ons gebood om Pesach te vieren en matze te eten op de Sederavond.

Dezelfde persoon zou op dezelfde wijze de Sjabbat kunnen eren als een dag waarop de familie tijd samen doorbrengt en nader tot elkaar komt, en waarop hardwerkende mensen kunnen rusten. Hij voegt er zelfs aan toe dat "de Sjabbat de Joden meer heeft bewaard dan de Joden de Sjabbat". Hij vergeet echter één ding: dat God ons gebood de Sjabbat te vieren, tot in het kleinste detail.

Dit is wat de misjna bedoelde met "iemand die de Thora uitlegt op een wijze die niet in overeenstemming is met de halacha". Zelfs als hij de Thora ijverig bestudeert, is het voor hem niet de Thora van God maar slechts menselijke wijsheid. Daarom staat hij zichzelf toe de Thora soms uit te leggen in strijd met de halacha. Hij kleineert de heilige dagen door te denken dat het gebruiken en tradities zijn die mensen zelf hebben uitgevonden om uitdrukking te geven aan allerlei spirituele ideeën. Daarmee ontkent hij dat het door God gegeven mitswot van de Thora zijn. Daarom heeft hij – ook al wordt hij gezien als een goed en eervol man in deze wereld – geen verbinding met heiligheid. Hij heeft geen deel aan de eeuwige historische missie van het Joodse volk en heeft dus geen deel aan de Komende Wereld.