Shavuot · Sjavoe’ot

13. De synagoge versieren

Velen versieren de synagoge met mooie, geurige takken en planten, ter ere van de Thora die op Sjavoe'ot werd gegeven. Omdat de Thora leven toevoegt, is het gebruikelijk de synagoge te versieren met planten of takken, die het leven symboliseren. Dit gebruik herinnert ons er ook aan dat ten tijde van de overhandiging van de Thora de berg Sinaï bedekt was met planten om de Thora te eren (Leveesj). Sommigen gebruiken geurige takken om vreugde en genoegen te vergroten en de voortreffelijke spiritualiteit van de Thora te vertegenwoordigen: "Met elke uitspraak die uit Gods mond voortkwam, werd de hele wereld gevuld met geur" (Sjabbat 88b). Sommigen gebruiken takken van bomen, omdat God op Sjavoe'ot oordeelt over vruchtbomen. Door takken in de synagoge te zien, zullen mensen er aan herinnerd worden voor de bomen te bidden (MA 494:5). Takken van vruchtbomen mogen echter niet worden gebruikt, want die mogen niet worden afgebroken zonder goede reden.

Dit gebruik begon in Duitsland ongeveer 600 jaar geleden (Mahariel; Rema 494:3). Van daar verspreidde het zich naar de meeste Joodse gemeenschappen, zowel Asjkenazische als Sefardische. De Vilna Gaon had bezwaar tegen het gebruik, omdat hij van mening was dat het leek op niet-Joodse praktijken. Christenen versierden hun huizen met takken vóór hun feestdag (Pinksteren), en de Thora gebiedt ons hun praktijken niet na te volgen. Zo lezen wij: "Gij zult ook hun inzettingen niet volgen" (Wajikra 18:3). Sommigen oordelen in overeenstemming met de Vilna Gaon (Chajej Adam 131:13).

Desalniettemin zijn de meeste poskim van mening dat er geen probleem is met het gebruik. Het verbod op het volgen van niet-Joodse gebruiken is slechts van toepassing wanneer het gebruik op de een of andere manier onbescheiden is, of zinloos en doelloos (en slechts gedaan wordt om niet-Joodse praktijken na te volgen, waarvan aangenomen kan worden dat ze gebaseerd zijn op valse overtuigingen). In dit geval zijn er echter goede redenen voor het gebruik en is er geen zorg dat het eruit ziet als het volgen van niet-Joodse manieren. Dienovereenkomstig versieren de meeste Joodse gemeenschappen de synagoge met mooie, geurige takken en planten. Sommigen versieren ook hun huizen met takken en bloemen (Rema 494:3).[5]

Omdat de takken voor decoratie zijn, zijn zij niet moetkzeh. Als Sjavoe'ot echter op een zondag valt, mogen de takken niet op Sjabbat worden neergelegd. Dit zou het voorbereiden op Sjabbat voor Jom Tov zijn, wat verboden is (MB 494:9).