Shavuot · Sjavoe’ot

07. Extra vreugde – spiritueel en fysiek

De vreugde op Sjavoe'ot is intens en uniek. Daarom, zoals wij hierboven zagen (1:6), geeft zelfs Rabbi Eliezer toe dat men op Sjavoe'ot een feestmaaltijd moet houden, omdat dit de dag is waarop de Thora werd gegeven. Dit ondanks het feit dat hij bij andere feestdagen van mening is dat mensen die in staat zijn de dag aan Thorastudie te wijden dit moeten doen, en slechts iets eten om niet te lijden (Pesachiem 68b). Omdat het doel van de Thora is de fysieke wereld evenals de geestelijke wereld te vervolmaken, moet de vreugde waarmee wij het ontvangen van de Thora vieren zich niet alleen geestelijk manifesteren, maar ook fysiek, door middel van eten en drinken. Wanneer de verbetering van de wereld zowel lichaam als ziel omvat, toont dat aan dat niets is losgesneden of verwijderd van God. Er zijn diepe inzichten verborgen in het zintuiglijk lichaam die slechts begrepen kunnen worden wanneer lichaam en ziel samenvloeien. Ware nabijheid tot God omvat derhalve zowel lichaam als ziel. Op dezelfde wijze zal in de toekomst, wanneer de doden worden opgewekt, de ziel opnieuw belichaamd worden zodat haar goddelijkheid volledig geopenbaard zal worden op alle niveaus (Sjelah, Masechet Sjavoe'ot, Ner Mitswa §9 en Thora Or §19).

Evenzo vertelt de Gemara een verhaal over een vrome persoon die elke dag vastte, behalve drie: Sjavoe'ot, Poeriem en de dag voor Jom Kippoer. Voorts instrueerde Rabbi Joseef zijn huishouden om voor Sjavoe'ot een bijzonder uitgelezen maaltijd te bereiden, daarmee uitleggend dat hij zijn opmerkelijke geestelijk niveau slechts kon bereiken dankzij de verdienste van de Thora. Daarom was het passend voor hem bijzonder blij te zijn op Sjavoe'ot (Pesachiem 68b).

Dienovereenkomstig moeten wij extra moeite doen om ons genot van Sjavoe'ot te maximaliseren, want de Thora vervolmaakt zelfs de fysieke aspecten van het leven. Het bijzondere Sjavoe'ot-offer, de shtei ha-lechem, dat gemaakt was van chametz, verwijst naar dit idee. Zoals wij weten, verwijst chametz naar arrogantie en de boze neiging; de Thora is een remedie voor de boze neiging, en dus offeren wij die symbolisch op Sjavoe'ot. Onze Wijzen verkondigen dat de Thora "een elixir van het leven" is dat elk potentieel gevaar in iets positiefs kan omzetten. Zo beschrijft de Gemara God als zeggend tot de Joden: "Mijn kinderen, Ik heb de boze neiging geschapen en Ik heb de Thora geschapen als tegengif (tavlien). Als gij u bezighoudt met de Thora, zult gij ontsnappen aan de greep van de boze neiging" (Kidoessjien 30b). Het gebruik van het woord "tavlien" (dat letterlijk "specerij" betekent) leert ons dat de Thora de boze neiging niet ontkent, maar haar "kruidt," haar sublimeert tot iets positiefs. Het gebruik op Sjavoe'ot van het eten van zuivelproducten en honing (naast andere gewone Jom Tov-gerechten) kan op dezelfde wijze worden geïnterpreteerd. Deze voedingsmiddelen, die afkomstig zijn uit iets onreins (zoals hieronder in sectie 14 wordt uitgelegd), worden omgezet in iets zuivers en smakelijks. Hierin drukken zij de bijzondere eigenschappen van de Thora uit.