Shavuot · Sjavoe’ot

03. De tijd van de overhandiging van de Thora

Vanaf de schepping was de aarde vervuld van angst, want "God stelde een voorwaarde aan de werken der schepping en zei: 'Als de Joden de Thora aanvaarden, zult gij voortbestaan; zo niet, dan zal Ik u terugbrengen tot oerchaos'" (Sjabbat 88a). Dit idee wordt ook uitgedrukt in een Midrasj over het vers: "En God zag alles wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed. En er was avond geweest en er was morgen geweest, de zesde dag" (Bereisjiet 1:31). Volgens deze Midrasj is het bepaalde lidwoord "de" voor "zesde dag" er aan toegevoegd om ons te leren dat het voortbestaan van de wereld afhankelijk is van een bepaalde zesde dag – de zesde dag van Sivan, toen de Joden bij de berg Sinaï aankwamen en de Thora aanvaardden.

In werkelijkheid ontvingen wij de Thora op de eenenvijftigste dag van Sefirat Ha-omer. Volgens de Gemara gebood God oorspronkelijk Mosje de Joden te vertellen zich twee dagen te heiligen vóór de overhandiging van de Thora op vrijdag. Mosje voegde een dag toe en instrueerde de Joden zich drie dagen te heiligen. God ging akkoord met Mosje en wachtte tot Sjabbat om Zich te openbaren op de berg Sinaï (Sjabbat 86b-87a). Dit opmerkelijke verhaal leert ons hoe belangrijk de Mondelinge Thora is. Zij bemiddelt tussen ons en de verheven Geschreven Thora; zonder de Mondelinge Thora had de Geschreven Thora niet geopenbaard kunnen worden. Daarom werd zelfs de overhandiging van de Thora zelf een dag uitgesteld vanwege de Mondelinge Thora, dat wil zeggen de interpretatie van Mosje Rabbenoe.

Dit lijkt ons echter voor een moeilijkheid te stellen. Zoals de Sjoelchan Aroech (494:1) stelt, verwijzen wij naar Sjavoe'ot als "Zeman matan Toratenoe" (de tijd van de overhandiging van onze Thora). Waarom noemen wij het zo als Sjavoe'ot eigenlijk niet de dag is waarop de Thora werd gegeven? Sjavoe'ot valt op de vijftigste dag van de omer, terwijl de Gemara hierboven stelt dat wij de Thora op de eenenvijftigste dag ontvingen! Het antwoord is dat in werkelijkheid, vanuit het hemelse standpunt, direct na de voltooiing van Sefirat Ha-omer de heilige dag van de overhandiging van de Thora aanbrak en God ons de Thora schonk (in potentie). Slechts vanuit menselijk perspectief hadden wij een extra dag nodig voordat wij haar konden ontvangen (in werkelijkheid). Desalniettemin wordt voor toekomstige generaties de overhandiging van de Thora herdacht op de dag die God oorspronkelijk had bestemd en geheiligd, toen de Thora ons in potentie werd gegeven (Maharal, Tiferet Jisrael hfdst. 27).[1]