Shavuot · Sjavoe’ot
06. Atzeret
In de rabbijnse literatuur wordt het feest van Sjavoe'ot Atzeret genoemd. Op het eerste gezicht is dit verrassend. De Thora verwijst naar de laatste dag van Pesach als Atzeret, en verwijst naar de dag na de zeven dagen van Soekot als Sjemini Atzeret. Waarom kozen de Wijzen ervoor de bijbelse precedenten te negeren en te verwijzen naar Sjavoe'ot als Atzeret?
Laten wij de betekenis van het woord verkennen. "Atzeret" is verwant aan "atzara," stoppen. Een Atzeret is een tijd waarop veel mensen zich weerhouden (d.w.z. zichzelf stoppen) van andere bezigheden en bijeenkomen om te vieren. Zij internaliseren en absorberen dan de boodschappen die de viering bedoeld is over te brengen. Dit helpt ons te begrijpen waarom de Thora aan het einde van Pesach en Soekot een extra Jom Tov voorschrijft. Het was bedoeld als een betekenisvolle afscheid voor alle pelgrims die bij de Tempel aan het vieren waren. Het hielp hen hun ervaringen tijdens het heilige feest te internaliseren en vast te houden. Zelfs als iemand niet naar Jeruzalem was gegaan, was hij verplicht op de laatste dag van Jom Tov te stoppen met werken. Hij moest al zijn geestelijke verworvenheden en de vreugde die hij tijdens het feest had beleefd internaliseren, wat hem dan in alle komende weekdagen zou versterken en verheffen.
Er was geen grotere Atzeret in de wereldgeschiedenis dan de openbaring op Sinaï, toen alle Joden zich verenigden om de Thora te aanvaarden. Zo lezen wij: "Israël legerde zich (wa-jiˈchan, in het enkelvoud) daar tegenover de berg" (Sjemot 19:2) – als één persoon met één hart (Rasji). Alle andere legerplaatsen zijn opgetekend in het meervoud, want in elke gemeenschap zijn er altijd ruzies en meningsverschillen. Alleen toen en daar, gegenover de berg met de bedoeling de Thora te aanvaarden, was iedereen verenigd. Dit is de betekenis van Rabbi Akiwa's uitspraak: "'Bemin uw naaste als uzelf' (Wajikra 19:18) is een vitaal beginsel van de Thora" (Sifra, Kedosjiem). Het is door de Thora dat liefde en eenheid onder de Joden worden geopenbaard, en het is door eenheid dat de Thora wordt geopenbaard. Het waren niet alleen de Joden van die generatie die aanwezig waren op Sinaï en de Thora aanvaardden, maar de zielen van alle Joden van alle tijden, inclusief die van alle toekomstige bekeerlingen. De aanvaarding van de Thora maakte uiteindelijk een einde aan de verontreiniging die aan hen had gehecht als gevolg van de zonde van Adam en Chawa (zie Sjabbat 146a).
De Thora zelf verwijst naar de dag van Matan Thora als Jom Ha-kahal (de dag van de vergadering), waarmee de tijd wordt bedoeld waarop de hele gemeenschap bijeenkwam, zoals wij lezen: "de exacte woorden die de Eeuwige tot u had gesproken vanuit het vuur op de dag van de vergadering" (Devariem 9:10; zie ook ibid. 10:4 en 18:9).
In feite heeft de naam Sjavoe'ot iets gemeen met de betekenis van Atzeret, want het duidt op het samenvatten en samenbrengen van alle geestelijke verworvenheden die werden bereikt bij het tellen van de zeven weken. Omdat de omertelling begint op Pesach, blijkt Sjavoe'ot de finale en afsluiting te zijn van het proces dat begint met Pesach.
Wij zien dat de Wijzen niets veranderden door Sjavoe'ot Atzeret te noemen, want Sjavoe'ot is inderdaad een feest van samenkomen en samenvatten. De voorkeur van de Thora voor de naam Sjavoe'ot benadrukt de voorbereidingen die de Joden ondergingen voor Matan Thora. De voorkeur van de Wijzen voor de naam Atzeret daarentegen benadrukt de samenkomst van de Joden om de goddelijke overvloed te absorberen die God ons schenkt aan het einde van de omerperiode.